Het Galakoor speelt Then shall the eyes of the blind uit de Messiah van Händel, woorden uit Jesaja 35:


‘Dan worden blinden de ogen geopend, de oren van doven worden ontsloten. Waterstromen zullen de woestijn splijten, beken de dorre vlakte doorsnijden.’


In ons speciale programma voor de advent bij Bidden Onderweg keken we vorige week naar onze dromen en verlangens en naar de noden van de wereld. Dit alles plaatsten we in het licht van de lezingen van de profeet Jesaja. De lezingen van Jesaja duren deze week voort. Ze vertellen ons over het antwoord van God op de noden van de wereld. Het gaat over Gods belofte om ons te verlossen en ons naar vrijheid te leiden. Naar trouw en vreugde. 


De lezing van vandaag is genomen uit de profeet Jesaja, hoofdstuk 35, vanaf vers 1.


De woestijn zal zich verheugen, de dorre vlakte vrolijk zijn, de wildernis zal jubelen en bloeien, als een lelie welig bloeien, jubelen en juichen van vreugde. De woestijn tooit zich met de luister van de Libanon, met de schoonheid van de Karmel en de Saron. Men aanschouwt de luister van de HEER, de schoonheid van onze God. Geef kracht aan trillende handen, maak knikkende knieën sterk. Zeg tegen het moedeloze volk: ‘Wees sterk en vrees niet, want jullie God komt met zijn wraak. Gods vergelding zal komen, hijzelf zal jullie bevrijden.’ Dan worden blinden de ogen geopend, de oren van doven worden ontsloten. Verlamden zullen springen als herten, de mond van stommen zal jubelen: waterstromen zullen de woestijn splijten, beken de dorre vlakte doorsnijden. Het verzengde land wordt een waterplas, dorstige grond wordt waterrijk gebied; Wie door de HEER bevrijd zijn, keren terug. Jubelend komen zij naar Sion, gekroond met eeuwige vreugde. Gejuich en vreugde trekken de stad binnen, gejammer en verdriet vluchten eruit weg.


Hoe voel ik mij, als ik God deze woorden hoor spreken tot mij? Als ik deze belofte van God hoor?


De meditaties van de voorbije week hadden de bedoeling me te helpen ontdekken waar ikzelf nood aan heb, wat ik verlang. En wat de noden en verlangens van de wereld zijn. Stemmen deze woorden van God - stemt deze belofte van God - overeen met die noden en verlangens?


Als ik opnieuw naar de lezing luister, merk ik welke woorden of zinnen het meest beklijven of mij het diepst raakten.


Wat wil ik de Heer nu zeggen? Wat is mijn antwoord op deze belofte?