Begeleid door Rachel Vroom zingt Vincello het lied Psaume de la Creation


Aan uw firmament, uw sterrenhemel
Op alle oceanen en op alle zeeën,
Op alle continenten en door het water van de rivieren,
Bij het vuur dat spreekt als een brandende struik,
En op de vleugels van de wind wil ik schreeuwen
Mijn God, U bent groots, U bent goed.


De lezing van vandaag is genomen uit de profeet Jesaja, hoofdstuk 40, vanaf vers 25. 


Met wie wil je mij vergelijken, zegt de Heilige, aan wie ben ik gelijk te stellen? Kijk omhoog: wie heeft dit alles geschapen? Hij laat het leger sterren voltallig uitrukken, hij roept ze bij hun naam, een voor een; door zijn kracht en onmetelijke grootheid ontbreekt er niet één. Jakob, waarom zeg je – Israël, waarom beweer je: ‘Mijn weg blijft voor de HEER verborgen, mijn God heeft geen oog voor mijn recht’? Weet je het niet? Heb je het niet gehoord? Een eeuwige God is de HEER, schepper van de einden der aarde. Hij wordt niet moe, hij raakt niet uitgeput, zijn wijsheid is niet te doorgronden. Hij geeft de vermoeide kracht, de machteloze geeft hij macht in overvloed. Jonge strijders worden moe en raken uitgeput, zelfs sterke helden struikelen, maar wie hoopt op de HEER krijgt nieuwe kracht: hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar, hij loopt, maar wordt niet moe, hij rent, maar raakt niet uitgeput.


‘Hij loopt, maar wordt niet moe, hij rent, maar raakt niet uitgeput.’ Er zit misschien wel vermoeidheid, of een gevoel van uitputting in mij, nu ik hier aan het bidden ben. Als dat zo is, hoe ga ik daar dan mee om? Wat is mijn antwoord op deze belofte van hernieuwde kracht, energie en leven?


Hoeveel geloof, hoeveel vertrouwen leg ik in deze belofte? Geloof ik hier echt in? Wil ik er in geloven?


Als ik opnieuw luister, kan ik dan de energie voelen in deze woorden? Word ik de versterkende, vernieuwende kracht gewaar die in de woorden zit?


Wat wil ik nu zeggen, in alle eerlijkheid en in mijn eigen woorden, aan de God die mij een hernieuwd leven belooft?