




Nu was er ook een aantal Grieken naar het feest gekomen om God te aanbidden. Zij gingen naar Filippus uit Betsaïda in Galilea, en vroegen hem of ze Jezus konden ontmoeten. Filippus ging dat tegen Andreas zeggen en samen gingen ze naar Jezus. Jezus zei: ‘De tijd is gekomen dat de Mensenzoon tot majesteit wordt verheven. Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht. Wie zijn leven liefheeft verliest het, maar wie in deze wereld zijn leven haat, behoudt het voor het eeuwige leven. Wie mij dient moet mij volgen: waar ik ben zal ook mijn dienaar zijn, en wie mij dient zal door de Vader geëerd worden.
Nu ben ik doodsbang. Wat moet ik zeggen? Vader, laat dit ogenblik aan mij voorbijgaan? Maar hiervoor ben ik juist gekomen. Laat nu zien hoe groot uw naam is, Vader.’ Toen klonk er een stem uit de hemel: ‘Ik heb mijn grootheid getoond en ik zal mijn grootheid weer tonen.’ De mensen die daar stonden en dit hoorden, zeiden: ‘Een donderslag!’ Maar er waren er ook die zeiden dat het een engel was die tegen hem gesproken had. Jezus zei: ‘Die stem heeft niet voor mij gesproken, maar voor u. Nu wordt het oordeel over deze wereld geveld, nu zal de heerser van deze wereld uitgebannen worden. Wanneer ik van de aarde omhooggeheven word, zal ik iedereen naar mij toe halen.’ Daarmee bedoelde hij de wijze waarop hij zou sterven.
«Jesuit music for meditation – vespers 1» © Met permissie Permissie
«Anima Christi» © Buma/Stemra Buma/Stemra
Francesca LaRosa zingt het lied Anima Christi. ‘Ziel van Christus, heilig mij. Lichaam van Christus, red mij. Bloed van Christus, verblijd mij. Water uit de zijde van Christus, was mij.’
De lezingen uit de Vastentijd helpen ons, meer direct in te treden in het mysterie van onze eigen relatie met God. Als we komen aan de laatste dagen van de vastentijd, keert ons gebed zich tot Jezus, die ons zijn ware identiteit openbaart, als de Zoon van God, maar hij doet dat op een manier die de wereld niet zou verwachten. Als Jezus er over spreekt dat hij verheerlijkt gaat worden, kun je hem dan herkennen?
De lezing van dit weekend is volgens het evangelie van Johannes. Hoofdstuk 12, vanaf vers 20.
Het verlangen van enkele Griekse heidenen, dat ze Jezus wilden zien, nodigt hem uit, om te spreken over zijn dood en verrijzenis. Jezus ziet hoe het nodig zal zijn voor zijn boodschap, dat die zich veel verder uit zal breiden, en dat op een of andere manier zijn dood er toe bij zal dragen dat er nieuw leven gaat groeien. Hoe begrijp je deze boodschap?
De meeste geleerden, die de heilige Schrift van commentaar voorzien, en met name de teksten waarin Jezus spreekt over mensen die hun leven liefhebben in deze wereld, of hun leven haten in deze wereld, lezen daarin dat hij mensen niet uitnodigt om de gave van het leven te verachten; nee, hij roept mensen op tot integriteit. Hoe versta je zijn oproep tot een leven van integriteit? Leef jij daarnaar? Herken jij de bekoring in je leven, dat je blijft leven onder de maat van de standaard waar je werkelijk in gelooft?
Als je nu opnieuw luistert naar de lezing van vandaag, zou het kunnen gebeuren, dat een enkel woord of zin je opvalt, vanwege zijn betekenis. Als dat het geval is, herhaal dan die zin keer op keer, en ook opnieuw gedurende de dag.
Toen je opnieuw luisterde, wat viel je bijzonder op? Vanuit welk standpunt luisterde je naar het verhaal? Vanuit de menigte? Als Griek? Vanuit de leerlingen? Vanuit Jezus’ standpunt? Was er iets van wat je hoorde, dat je uitnodigde om wat te vragen? Kun je dat delen met de Heer?