Toen Jezus, Petrus, Jakobus en Johannes terugkwamen bij de andere leerlingen, zagen ze een grote menigte om hen heen staan. Er waren ook schriftgeleerden bij, die met hen aan het discussiëren waren. De mensen waren verbaasd toen ze Hem zagen, en liepen meteen naar Hem toe om Hem te begroeten. Hij vroeg hun: ‘Waarover zijn jullie met hen aan het discussiëren?’ Iemand uit de menigte antwoordde: ‘Meester, ik heb mijn zoon naar U gebracht omdat hij door een geest bezeten is en niet kan praten; steeds wanneer de geest hem overweldigt, gooit die hem op de grond, en dan komt het schuim hem op de mond te staan, hij knarst met zijn tanden en wordt helemaal stijf. Ik zei tegen uw leerlingen dat ze hem moesten uitdrijven, maar dat konden ze niet.’ Hij zei tegen hen: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig volk, hoelang moet Ik nog bij jullie blijven? Hoelang moet Ik jullie verdragen? Breng hem bij Me.’ Ze brachten de jongen bij Hem. Toen de geest Hem zag, deed hij de jongen meteen stuiptrekken, en met het schuim op de lippen viel hij op de grond en rolde heen en weer. Jezus vroeg aan zijn vader: ‘Hoelang heeft hij hier al last van?’ Hij antwoordde: ‘Al vanaf zijn vroegste jeugd, en hij heeft hem zelfs vaak in het vuur gegooid en in het water met de bedoeling hem te doden; maar als U iets kunt doen, heb dan medelijden met ons en help ons.’ Toen zei Jezus tegen hem: ‘Of Ik iets kan doen? Alles is mogelijk voor wie gelooft.’ Meteen riep de vader van het kind uit: ‘Ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp.’ Toen Jezus zag dat er een grote groep mensen toestroomde, sprak Hij de onreine geest op strenge toon toe en zei: ‘Geest die doof en stom maakt, Ik gebied je: ga uit hem weg en keer niet meer in hem terug.’ Onder geschreeuw en met hevige stuiptrekkingen ging hij uit hem weg; de jongen bleef voor dood achter, zodat de mensen zeiden dat hij was gestorven. Maar Jezus pakte hem bij de hand om hem overeind te helpen en hij stond op.
Hij ging een huis in, en toen ze weer alleen waren, vroegen zijn leerlingen Hem: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’ Hij antwoordde: ‘Dit soort kan alleen door gebed worden uitgedreven.’
«Light in our darkness» © Met permissie Permissie
Je luistert naar O Lord listen to my prayer, gecomponeerd door Margaret Rizza.
Geef, God, dat ik mag spreken voor hen die geen stem hebben
en altijd een vriendelijk woord heb voor degenen die er nood aan hebben.
We lezen uit het Evangelie volgens Marcus, hoofdstuk 9, vanaf vers 14
Geloof je dat iemand zó kan veranderen, dat hij of zij echt een andere mens wordt?
En jij: zou jij zelf zo kunnen veranderen dat jij echt een ander wordt?
Denk jij dat zo’n verandering mogelijk is voor je land? Voor de hele wereld?
Luister nog eens naar het slot van dit verhaal: wat zegt dat over geloven?
“Alles is mogelijk voor wie gelooft,” wordt daar gezegd. Wat vind je daarvan? Je zou misschien willen zeggen, zoals de vader van die jongen: “Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp”. Misschien heb je iets anders in gedachten. Deel met God wat nu in je leeft.