







Toen Hij enkele dagen later terugkwam in Kafarnaüm, werd het bekend dat Hij weer thuis was. Er stroomden zo veel mensen toe dat er zelfs voor de deur geen plaats meer was, en Hij verkondigde hun Gods boodschap. Er werd ook een verlamde naar Hem toe gebracht, die door vier mensen gedragen werd. Omdat ze door de menigte niet bij Jezus konden komen, haalden ze een stuk van het dak weg boven de plaats waar Hij was. En toen ze een opening hadden gemaakt, lieten ze de verlamde op zijn slaapmat naar beneden zakken. Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tegen de verlamde: ‘Mijn kind, uw zonden zijn u vergeven.’
Er zaten ook een paar schriftgeleerden tussen de mensen, en die dachten bij zichzelf: Hoe durft Hij dat te zeggen? Hij slaat godslasterlijke taal uit! Wie kan zonden vergeven dan God alleen? Jezus wist meteen wat ze dachten en dus zei Hij: ‘Waarom denkt u zoiets? Wat is gemakkelijker, tegen een verlamde zeggen: “Uw zonden zijn u vergeven” of: “Sta op, pak uw mat en loop”? Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei Hij tegen de verlamde: ‘Ik zeg u, sta op, pak uw mat en ga naar huis.’ Meteen stond hij op, pakte zijn mat en ging weg. Alle mensen zagen het; ze stonden versteld en loofden God. ‘Zoiets hebben we nog nooit gezien,’ zeiden ze.
«Photonen vocaal ensemble (Opgenomen t.b.v. Bidden Onderweg)» © Eigen opname Bidden Onderweg
Photonen vocaal ensemble zingt het lied Go, lovely rose, gecomponeerd door Eric Whitacre.
De komende minuten ga je bidden. Je gaat toelaten dat Gods Geest zelf in jou kan spreken. Maak het stil. Open je hart. Laat je raken door zijn nabijheid.
Wij lezen uit het Evangelie volgens Marcus, hoofdstuk 2, vanaf vers 1.
In Jezus’ tijd was men er algemeen van overtuigd dat ziekte en handicap een straf van God waren voor de zonde. En dus waren de aanwezigen bij deze scène ervan overtuigd dat ofwel de lamme ofwel zijn voorouders gezondigd hadden. Hoe denk jij over deze kijk op tegenspoed?
Zie ik vandaag de dag groepen mensen die lijden onder ziekte, tegenslag of armoede, en waarbij ik van oordeel ben dat het “hun fout is”? Misschien denk je spontaan zo over werklozen, migranten of mensen die gebukt gaan onder ziekte…
Terwijl je deze passage opnieuw beluistert zal het je wellicht opvallen hoe Jezus de relatie tussen zonde en tegenslag verbreekt. Hij spreekt over zonde en tegenslag als over twee onderscheiden dingen, Hij behandelt ze ook als twee aparte dingen, in die zin dat Hij eerst de zonden van de lamme vergeeft en hem pas daarna gezond maakt.
Neem nu even de tijd om wat te praten met Jezus. Hoe kijk je nu aan tegen die groepen van mensen die je spontaan de schuld geeft voor hun tegenslag? Hoe kijkt Hij naar deze mensen? Kun je Hem de genade vragen om zieken en verstotelingen met dezelfde blik te bekijken als Hij?