





En Hij zei: ‘Het is met het koninkrijk van God als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde: hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe. De aarde brengt uit zichzelf vrucht voort, eerst de halm, dan de aar, en dan het rijpe graan in de aar. Maar zo gauw het graan het toelaat, slaat hij er de sikkel in, omdat het tijd is voor de oogst.’
En Hij zei: ‘Waarmee kunnen we het koninkrijk van God vergelijken en door welke gelijkenis kunnen we het voorstellen? Het is als een zaadje van de mosterdplant, het kleinste van alle zaden op aarde wanneer het gezaaid wordt. Maar als het na het zaaien opschiet, wordt het het grootste van alle planten en krijgt het grote takken, zodat de vogels van de hemel in zijn schaduw kunnen nestelen.’
Met zulke en andere gelijkenissen verkondigde Hij hun Gods boodschap, voor zover ze die konden begrijpen; Hij sprak uitsluitend in gelijkenissen tegen hen, maar wanneer Hij alleen was met zijn leerlingen, verklaarde Hij hun alles.
«Opgenomen t.b.v. Bidden Onderweg» © Eigen opname Bidden Onderweg
«Zen and the piano» © Creative commons NC-ND 4.0 Creative Commons
Het Basilius college zingt The succession of the four sweet months, gecomponeerd door Benjamin Britten.
De komende minuten ga je bidden. Je gaat toelaten dat Gods Geest zelf in jou kan spreken. Maak het stil. Open je hart. Laat je raken door zijn nabijheid.
De lezing van vandaag is uit het Evangelie volgens Marcus, hoofdstuk 4 vanaf vers 26.
In dit gedeelte vertelt Jezus twee verhalen over wat Hij ‘het koninkrijk van God’ noemt. Wat is dat ‘koninkrijk van God’, volgens jou?
In beide verhalen gaat het over het bijzondere proces van groei – iets waar Jezus en zijn publiek misschien meer affiniteit mee hadden dan wij. Welk punt wil Jezus met deze twee verhalen maken, denk je?
Waarom zou Jezus het volk met gelijkenissen hebben onderwezen, terwijl Hij zijn leerlingen ‘alles verklaarde, wanneer Hij alleen met hen was’?
Luister opnieuw naar het gedeelte. Vraag jezelf eens af of Jezus je hier uitdaagt om iets te doen. Wat wil Hij dat ik doe? Ben ik bereid om dat te doen?’
Wat voelde en dacht je in de afgelopen minuten? Schenk die gevoelens en gedachten als een gebed aan God, de Vader, aan Jezus of aan de Heilige Geest.