




Hij vertrok weer en ging naar zijn vaderstad, gevolgd door zijn leerlingen. Toen de sabbat was aangebroken, gaf Hij onderricht in de synagoge, en vele toehoorders waren stomverbaasd en zeiden: ‘Waar haalt Hij dat allemaal vandaan? Wat is dat voor wijsheid die Hem gegeven is? En dan die wonderen die zijn handen tot stand brengen! Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zussen niet hier bij ons?’ En ze namen aanstoot aan Hem. Jezus zei tegen hen: ‘Een profeet wordt overal erkend behalve in zijn vaderstad, onder zijn verwanten en huisgenoten.’ Hij kon daar geen enkel wonder doen, behalve dat Hij een paar zieken de handen oplegde en hen genas. Hij stond verbaasd over hun ongeloof. Hij trok rond langs de dorpen in de omtrek en onderwees de mensen.
«ChoRuss» © Met permissie Permissie
«The Chopin variatons» © Creative commons NC-ND 4.0 Creative Commons
ChoRuss zingt het lied Bless the Lord, oh my soul, gecomponeerd door Mikhail Ippolitov-Ivanov.
Heer, hier ben ik. Laat uw Geest in mij ademen. Laat uw stilte mijn hart bewonen. Laat uw rust in mijn lichaam komen. Ik verlang naar U. Heer, laat mij bidden.
De lezing van vandaag is genomen uit het Evangelie volgens Marcus, hoofdstuk 6, vanaf vers 1.
Jezus keert terug naar zijn vaderstad…Hij komt terug als een leraar. Zijn onderricht wordt echter niet onthaald met bewondering maar met minachting! Kan je je een tijd herinneren waarin jij je te snel afgewezen of geminacht voelde door je naasten, door hen die je maar al te goed kennen? Hoe voelde dat aan?
Keer nu de rollen even om…Zijn er in je omgeving mensen die je goed kent en waarop vaak wordt neergekeken, die miskend worden. “Oh, het is altijd hetzelfde deuntje, typisch dat hij dat weer zegt”. Hoe belangrijk zou de boodschap moeten zijn voordat je iemand echt serieus neemt?
Wanneer je opnieuw naar de lezing luistert, beeld je dan deze scène in, zie de uitdrukking op de gezichten van de mensen in Jezus’ stad. Luister naar wat de mensen vertellen over Hem. Kan zo’n wonderlijke man uit zo’n gewone stad afkomstig zijn?
Ik vraag nu aan God, wat mijn verlangen of nood ook moge zijn, misschien om meer geloof te hebben of misschien om de kracht en de liefde van God te kunnen zien in de gewone en in de buitengewone dingen rondom mij. Ik spreek vertrouwelijk met God en luister naar wat Hij me te zeggen heeft.