





Ook de farizeeën en enkele van de Schriftgeleerden die uit Jeruzalem waren gekomen, hielden zich in zijn nabijheid op. En toen ze zagen dat sommige leerlingen brood aten met onreine handen, dat wil zeggen, met ongewassen handen (de farizeeën en alle andere Joden eten namelijk pas als ze hun handen gewassen hebben, omdat ze zich aan de traditie van hun voorouders houden, en als ze van de markt komen, eten ze pas als ze zich helemaal gewassen hebben, en er zijn nog allerlei andere tradities waaraan ze zich houden, zoals het schoonmaken van bekers, kruiken, ketels en bedden), toen vroegen de farizeeën en de schriftgeleerden Hem: ‘Waarom houden uw leerlingen zich niet aan de tradities van onze voorouders en eten ze hun brood met onreine handen?’
Maar Hij antwoordde: ‘Hoe treffend is de profetie die Jesaja heeft uitgesproken over huichelaars als u! Er staat immers geschreven: “Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij; tevergeefs vereren ze Mij, want wat ze onderwijzen zijn voorschriften van mensen.” De geboden van God geeft u op, maar aan tradities van mensen houdt u vast.’ En Hij vervolgde: ‘Mooi is dat, hoe u Gods geboden ongeldig maakt om uw eigen tradities te kunnen onderhouden! Heeft Mozes niet gezegd: “Toon eerbied voor uw vader en uw moeder”, en ook: “Wie zijn vader of moeder vervloekt, moet ter dood gebracht worden”? Maar u leert dat iemand tegen zijn vader of moeder mag zeggen: “Alles wat van mij is en voor u van nut had kunnen zijn is korban,”’ (wat ‘offergave’ betekent) ‘waarmee u hem niet toestaat nog iets voor zijn vader of moeder te doen, en zo ontkracht u het woord van God door de tradities die u doorgeeft; en u doet nog veel meer van dit soort dingen.’
«Winter Songs» © Buma/Stemra Buma/Stemra
Je luistert naar het lied Days of Beauty, gecomponeerd door Ola Gjeilo.
Heer, maak mij stil. Neem mijn zorgen, vragen en zoeken even van mij weg. Laat me de komende minuten bij U zijn, zo maar. Ik verlang naar U, naar uw nabijheid, naar uw liefde. Dank.
De lezing van vandaag is genomen uit het Evangelie volgens Marcus, hoofdstuk 7, vanaf vers 1.
Jezus zegt tegen de schriftgeleerden en farizeeërs: ´Jullie verwaarlozen het gebod van God, terwijl je wel vasthoudt aan de overlevering van mensen´. Maar hoe kunnen we weten hoe we dat onderscheid moeten maken? Door de eeuwen heen zijn er heel wat twistgesprekken geweest over deze vraag, met heel wat scheuringen tot gevolg! Godsdienst en menselijke traditie liggen zo dicht bij elkaar. Hoe kun je die twee onderscheiden? Hoe kun je in de praktijk het verschil kennen tussen Gods geboden en ´menselijke tradities´?
Kun je in de wereld om je heen zien hoe mensen bezig zijn ´menselijke voorschriften te formuleren als waren het geloofsstellingen´? Waar neem je waar, dat Gods geboden worden verwaarloosd ten gunste van ´menselijke tradities´?
Het lijkt toch een heel verstandige manier van doen om eerst je eten te wassen nadat je het gekocht hebt? Net zoals het wassen van je handen voor je gaat eten. En als je nu opnieuw naar de lezing luistert, kun je je dan voorstellen waar Jezus bezwaar tegen heeft? Doet Hij dat, omdat de farizeeërs er zo’n belangrijke zaak van maken? Dat ze religieuze voorschriften formuleren voor dingen die je al doet als je gewoon je gezond verstand gebruikt?
Als je luistert naar deze uitdagende woorden van Jezus, wat voor gevoelens roept dat bij je wakker? Word je boos? Voel je je uitgedaagd? Ongemakkelijk? Onzeker? Verward? Wat je ook aan gedachten en gevoelens bij jezelf ontdekt, breng ze nu voor de Heer, terwijl je tot Hem spreekt, en luister naar Hem, zo eerlijk en open mogelijk.