







Wij zijn gezanten van Christus, God doet door ons zijn oproep. Namens Christus vragen wij u dringend: laat u met God verzoenen. Ter wille van ons heeft God Hem die de zonde niet kende één gemaakt met de zonde, zodat wij in Hem rechtvaardig voor God konden worden.
Als Gods medewerkers sporen wij u dan ook aan: laat de goedheid die Hij u bewijst niet tevergeefs zijn. God zegt: ‘Wanneer de tijd daarvoor gekomen is, luister Ik naar je, op de dag van de redding help Ik je.’ Nu is de tijd daarvoor gekomen, nu is de dag van de redding.
«Sacred music from the 18th century Brazil» © Buma/Stemra Buma/Stemra
«For all the moments in between» © Buma/Stemra Buma/Stemra
Vox Brasiliensis zingt Immutemurhabitu uit de mis voor Aswoensdag. Woorden van de profeet Joël.
Heer, ik verlang om te bidden. Laat mij bij U komen. Leer mij los te laten wat mij van U verwijdert. Ontsluit mijn hart en mijn ziel voor uw nabijheid.
De lezing is uit de tweede brief aan de Korintiërs, hoofdstuk 5 vanaf vers 20.
Aswoensdag. Het geschenk van deze dag is dat we onszelf opnieuw toevertrouwen aan Christus. Hoe zou je dat willen doen in de komende veertigdagentijd?
Als we onszelf willen verbeteren denken we te snel dat we dat geheel op eigen kracht moeten doen. Paulus benadrukt steeds weer dat het initiatief van redding bij God is. Zijn genade is al in ons aan het werk. Met dat geschenk van genade mogen wij meewerken. Op deze dag, hoe word jij uitgenodigd door Gods genade? Wat wil God met jou op deze eerste dag van de veertigdagentijd?
Luister nogmaals aandachtig naar de woorden van Paulus. Wat trekt je aan? En wat niet?
Hoe zou God de Vader willen dat jij op deze plaats een ambassadeur van zijn Zoon bent? Spreek daar nu over met God.