







Roep luidkeels, zonder je in te houden,
verhef je stem als een ramshoorn.
Maak aan mijn volk zijn misdaden bekend,
aan het volk van Jakob zijn zonden.
Zeker, ze zoeken Mij dag aan dag,
vol verlangen om mijn wegen te kennen,
zoals een vreemd volk dat rechtvaardig leeft
en het recht van zijn goden niet verzaakt.
En ze vragen naar mijn rechtvaardige voorschriften
en verlangen naar Gods nabijheid.
‘Waarom ziet U niet dat wij vasten,
en merkt U niet op dat wij ons onthouden?’
Omdat jullie op je vastendagen nog handeldrijven
en jullie arbeiders afbeulen,
omdat jullie onder het vasten strijden en ruziën
en er gewelddadig op los slaan.
Als je op die manier vast,
wordt je stem niet gehoord in de hemel.
Zou dat het vasten zijn dat Ik verkies?
Is dat een dag van onthouding:
dat iemand het hoofd buigt als een riet
en zich met een rouwkleed neerlegt in het stof?
Noemen jullie dat soms vasten,
is dat een dag die de HEER behaagt?
Is dit niet het vasten dat Ik verkies:
misdadige ketenen losmaken,
de banden van het juk ontbinden,
de verdrukten bevrijden,
en ieder juk breken?
Is het niet: je brood delen met de hongerige,
onderdak bieden aan armen zonder huis,
iemand kleden die naakt is,
je bekommeren om je medemensen?
Dan breekt je licht door als de dageraad,
je zult spoedig herstellen.
Je gerechtigheid gaat voor je uit,
de majesteit van de HEER vormt je achterhoede.
Dan geeft de HEER antwoord als je roept;
als je om hulp schreeuwt, zegt Hij: ‘Hier ben Ik.’
Wanneer je het juk van de onderdrukking uitbant,
de beschuldigende vinger en de kwaadsprekerij,
«Harp vol. 1» © Buma/Stemra Buma/Stemra
De monniken van het klooster in Chevetogne zingen een Prokeimenon. Een Byzantijns gezang om tijdens de vastentijd de eerste bijbellezing in te leiden.
Kan ik nu ook aan God vragen mijn hart open te stellen? Heer, help me dat ik U kan verwelkomen dat ik plaats maak temidden van mijn alledaagse zorgen. Vervul mijn gedachten met uw vrede, uw liefde.
De lezing is uit het boek van de profeet Jesaja, hoofdstuk 58, vanaf vers 1.
De lezing van vandaag windt er geen doekjes om. God heeft geen tijd voor lege, loze gebaren. Zelfs het vasten heeft geen zin als het niet tot daden leidt, tot concrete pogingen om in deze wereld recht te buigen wat krom is. Is dat voor mij herkenbaar? Een ‘goede christen’ willen zijn, maar als het erop aankomt, kijk ik weg en was ik mijn handen in onschuld…?
Gevangenen bevrijden, hongerigen voeden, de armen kleden… Ken ik iemand die gevangen zit? In de gevangenis of in het lot dat hem vasthoudt? Ken ik iemand die zucht onder ziekte of zwakte, honger of armoede?
Het is niet zo moeilijk om in de wereld van vandaag voorbeelden te vinden van armoede, lijden en onrecht. Als je Jesaja’s woorden opnieuw beluistert, waar zie je hen in je eigen leven?
De mensen die je kent, die lijden aan hun lot, aan hun leven, noem hun namen en spreek over hen tot God. Misschien voel je je machteloos om iets te doen. Vraag God om je hierin bij te staan, in de kleine stap die je vandaag kunt nemen om hun leven iets lichter te maken.