





Daarop kwam Petrus bij Hem staan en vroeg: ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?’ Jezus antwoordde: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg Ik je, maar tot zeventig maal zeven. Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die afrekening wilde houden met zijn dienaren. Toen hij daarmee begonnen was, bracht men iemand bij hem die hem tienduizend talent schuldig was. Omdat hij niets kon terugbetalen, gaf zijn heer bevel dat de man samen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij bezat verkocht moest worden, zodat de schuld kon worden ingelost. Toen wierp de dienaar zich aan de voeten van zijn heer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal u alles terugbetalen.”
Zijn heer kreeg medelijden, hij liet hem vrij en schold hem de geleende som kwijt. Toen deze dienaar naar buiten ging, trof hij daar een van zijn mededienaren, die hem honderd denarie schuldig was. Hij greep hem bij de keel en zei: “Betaal me alles wat je me schuldig bent!” Toen wierp deze zich voor hem neer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal je terugbetalen.” Maar hij wilde daar niet van weten, integendeel, hij liet hem gevangenzetten tot hij de hele schuld zou hebben afbetaald. De andere dienaren hadden gezien wat er gebeurde. Ze waren zeer ontdaan en gingen naar hun heer om hem alles te vertellen. Daarop liet de heer hem bij zich roepen en hij zei tegen hem: “Je bent een slechte dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom smeekte. Had jij dan geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik medelijden had met jou?” En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de folteraars gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald. Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.’
«M.I.T. concert choir (Creative commons 3.0)» © Creative commons NC-ND 4.0 Creative Commons
«Open space» © Buma/Stemra Buma/Stemra
Het MIT Concert Choir zingt het lied Nun ist das Heil und die Kraft, gecomponeerd door Johann Sebastian Bach.
De komende minuten ga ik luisteren en bidden met Gods woord. Ik laat los wat nu niet hoeft. Is er iets dat ik God nu wil zeggen of vragen?
De lezing van vandaag is genomen uit het Evangelie volgens Matteüs, hoofdstuk 18, vanaf vers 21.
In het fragment van vandaag praat Jezus onverholen over de pijn van het niet vergeven zijn. Hij heeft het zelfs over bestraffing, op een manier die misschien bedreigend kan overkomen. De onderliggende boodschap gaat echter over vergeving, over de nood aan vergeving. Welke momenten van het niet vergeven zijn, bestaan er in jouw leven? - Leed dat anderen je hebben aangedaan en waar je nog steeds niet overheen bent? Of sluimerende schuldgevoelens over dingen die je anderen hebt aangedaan, die je nu betreurt?
Denk nu na over de eerste de woorden die Jezus uit in dit fragment. Dat Petrus "niet zeven maar zeventig keer zou moeten vergeven". Beeld je een ogenblik in dat Jezus deze boodschap tot jou richt. Indien je dit toepast op je eigen leven, hoe voel je jezelf daar dan bij? Rustiger? …Of misschien ontoereikend? Of maakt het in jou een verlangen wakker naar een ommekeer in je bestaan?
Beluister opnieuw het eerste gedeelte van de lezing en wees aandachtig voor wat je voelt wanneer de koning medelijden krijgt en vergeving schenkt.
Niet-vergeven leed en grieven kwellen de persoon die niet wil vergeven even hard als de persoon die niet vergeven wordt. Bespreek nu met de Heer over schuldgevoelens en wrok waarvan je bevrijd moet worden. Soms kan je alleen eerlijk toegeven: "Ik zou vergeving willen schenken, maar ik ben er nu niet toe in staat." Het verlangen is voorlopig misschien genoeg.