







Nadat Jezus dit gezegd had werd Hij diepbedroefd, en Hij verklaarde: ‘Werkelijk, Ik verzeker jullie, een van jullie zal Mij uitleveren.’ De leerlingen keken elkaar aan en vroegen zich af wie Hij bedoelde. Een van hen, de leerling van wie Jezus veel hield, lag bij de maaltijd aan Jezus’ zijde aan, en Simon Petrus beduidde hem dat hij moest vragen wie Jezus bedoelde. Daarop boog de leerling zich dicht naar Jezus toe en vroeg: ‘Wie, Heer?’ ‘Degene aan wie Ik het stuk brood geef dat Ik nu in de schaal doop,’ zei Jezus. Hij doopte een stuk brood in de schaal en gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot. Op dat moment nam Satan bezit van Judas. Jezus zei: ‘Doe maar meteen wat je van plan bent.’ Niemand aan tafel begreep waarom Hij dit zei; omdat Judas de kas beheerde, dachten sommigen dat Jezus bedoelde dat hij inkopen voor het feest moest doen, of dat hij iets aan de armen moest geven. Judas nam het brood aan en ging meteen weg. Het was nacht.
Toen hij weg was zei Jezus: ‘Nu is de grootheid van de Mensenzoon zichtbaar geworden, en door Hem de grootheid van God. Als Gods grootheid door Hem zichtbaar geworden is, zal God Hem ook in die grootheid laten delen, nu onmiddellijk. Kinderen, Ik blijf nog maar een korte tijd bij jullie. Jullie zullen Me zoeken, maar wat Ik tegen de Joden gezegd heb, zeg Ik nu ook tegen jullie: “Waar Ik heen ga, daar kunnen jullie niet komen.”
Simon Petrus vroeg: ‘Waar gaat U naartoe, Heer?’ Jezus antwoordde: ‘Waar Ik heen ga, kun jij nog niet komen, later zul je Mij volgen.’ ‘Waarom kan ik U nu niet volgen, Heer? Ik wil mijn leven voor U geven!’ zei Petrus. Maar Jezus zei: ‘Jij je leven voor Mij geven? Werkelijk, Ik verzeker je, nog voor de haan kraait zul jij Mij driemaal verloochenen.
«Opgenomen t.b.v. Bidden Onderweg» © Eigen opname Bidden Onderweg
Het Midsummer ensemble zingt Jesum tradidit, gecomponeerd door Francis Poulenc.
Heer, ik dank U dat ik nu even bij U mag zijn. Maak mij stil, maak mij aandachtig, geef dat ik mag luisteren naar uw Woord. Heer, geef dat ik bidden mag.
De lezing is genomen uit het Evangelie volgens Johannes, hoofdstuk 13, vanaf vers 21.
Stel je de locatie, de gezichten, de intense vrede en vreugde van het moment voor. Jezus is samen met zijn leerlingen. Ze houden van Hem en verwachten zoveel.
Luister naar wat Hij zegt. Hoe kan Hij de sfeer verbreken door deze voorspelling van verraad?
Beschouw nu de persoon en de figuur van Judas. Het duistere mysterie van het verraad dat hem op de een of andere manier iets zegt. Wie dient hij eigenlijk? Wat leert hij ons?
En Petrus. Hij staat in contrast met Judas. Hij is zo ruimhartig en vol vertrouwen. En toch zal ook hij Hem verloochenen. Hij kent zijn zwakheid en angst nog niet of geeft er nog niet aan toe. Wanneer je het opnieuw hoort, betekent Christus’ voorkennis geen afwijzing, maar liefde en begrip.
Spreek om dit gebed te beëindigen tot Jezus vanuit je eigen hart. Wat zou je Hem willen zeggen?