






Hierna verscheen Jezus weer aan de leerlingen, nu bij het Meer van Tiberias. Dat gebeurde als volgt. Bij het meer waren Simon Petrus en Tomas (dat is Didymus, ‘tweeling’), Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee andere leerlingen. Simon Petrus zei: ‘Ik ga vissen.’ ‘Wij gaan met je mee,’ zeiden de anderen. Ze stapten in de boot, maar de hele nacht vingen ze niets. Toen het al ochtend werd, stond Jezus op de oever. Maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was. Hij riep: ‘Hebben jullie iets te eten, jongens?’ ‘Nee,’ antwoordden ze. ‘Gooi het net uit aan de rechterkant van het schip,’ riep Jezus, ‘dan lukt het wel.’ Ze wierpen het net uit, en er zat zo veel vis in dat ze het niet omhoog konden trekken. De leerling van wie Jezus veel hield zei tegen Petrus: ‘Het is de Heer!’ Zodra Simon Petrus dat hoorde, deed hij zijn bovenkleed aan – want hij was nauwelijks gekleed – en sprong in het water. De andere leerlingen kwamen met de boot en sleepten het net vol vis achter zich aan. Ze waren niet ver van de oever, ongeveer tweehonderd el. Toen ze aan land kwamen zagen ze een vuurtje met vis erop en brood. Jezus zei: ‘Breng ook wat van de vis die jullie daarnet gevangen hebben.’ Simon Petrus ging weer aan boord en trok het net aan land. Het zat vol grote vissen, welgeteld honderddrieënvijftig, en toch scheurde het niet. Jezus zei tegen hen: ‘Kom, eet iets.’ Geen van de leerlingen durfde Hem te vragen wie Hij was, ze begrepen dat het de Heer was. Jezus nam het brood en gaf hun ervan, en Hij gaf hun ook vis. Dit was al de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen nadat Hij uit de dood was opgestaan.
«Zen and the piano» © Creative commons NC-ND 4.0 Creative Commons
De gemeenschap van Taizé zingt het lied exaltabo te.
Gun jezelf even de tijd om tot rust te komen. Je kan je ogen sluiten, je enkele ogenblikken op je ademhaling concentreren of nog iets anders wat je helpt om stil te worden.
De lezing is genomen uit het Evangelie volgens Johannes 21, hoofdstuk, vanaf vers 1.
Opnieuw is het in doodgewone, vertrouwde plaatsen, dat Jezus verschijnt aan zijn volgelingen: op de weg, bij een maaltijd, in de wereldse context van het dagelijkse werk.
Wat zijn voor mij, op dit moment, de plaatsen waar ik Jezus het liefst aanwezig voel met mij?
Hier zien we Jezus die zijn vrienden steunt op het moment dat hun eigen inspanningen compleet vruchteloos leken. Wat zal ik vandaag doen in die zin? Zal ik vandaag de kans hebben om ook zoiets te doen?
Om anderen te steunen en te helpen op dezelfde wijze?
Bemerk hoe Jezus zijn vrienden uitnodigt om iets te geven van henzelf - hun eigen vis. Zo delen zij in vriendschap met Hem. Welke zaken van mijzelf, welke van mijn gaven of vaardigheden zou Hij mij kunnen vragen om te delen opdat anderen Hem leren kennen en bemoedigd worden door Hem?
Je hoort nu deze scène aan de rand van het meer opnieuw vertellen.
Luister goed hoe Jezus, in de omgang met zijn vrienden, beweegt van vragen … over aanraden … naar uitnodigen.
Hoe zou ik antwoorden op de uitnodiging van Jezus: “Kom en blijf met Mij”? Welk antwoord zou ik nu willen geven?