





Werkelijk, Ik verzeker u, wie de schaapskooi niet binnengaat door de deur maar ergens anders naar binnen klimt, is een dief of een rover. Wie door de deur naar binnen gaat, is de herder van de schapen. Voor hem doet de bewaker open. De schapen luisteren naar zijn stem, hij roept zijn eigen schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten. Wanneer hij al zijn schapen naar buiten gebracht heeft, loopt hij voor ze uit en de schapen volgen hem omdat ze zijn stem kennen. Iemand anders volgen ze niet, ze lopen juist van hem weg omdat ze de stem van een vreemde niet kennen.’
Jezus vertelde hun deze gelijkenis, maar ze begrepen niet wat Hij bedoelde. Daarom vervolgde Hij: ‘Werkelijk, Ik verzeker u, Ik ben de deur voor de schapen. Zij die vóór Mij kwamen waren allemaal dieven en rovers, maar naar hen hebben de schapen niet geluisterd. Ik ben de deur: wanneer iemand door Mij binnenkomt zal hij gered worden; hij zal in en uit lopen, en hij zal weidegrond vinden. Een dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar Ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.
« Requiem in D minor, K. 626» © Musopen Creative commons Musopen Creative commons
«Instrumental worship vol.2» © Buma/Stemra Buma/Stemra
Je luistert naar het lied Come, My Way, gecomponeerd door Margaret Rizza.
Ik maak het stil. Wat ik net gedaan heb, wat ik straks ga doen, laat ik nu rusten. Het enige wat ik doe is rustig ademen. In en uit. Heer, laat mij bij U komen. Laat mij bidden.
De lezing van vandaag is genomen uit het Evangelie volgens Johannes, hoofdstuk 10, vanaf vers 1. De lezing gaat door op het gegeven dat Jezus zich aan ons openbaarde als het Levende Brood.
Jezus ziet zichzelf in dit Evangelie als iemand die om ons geeft, ons koestert en ons leven geeft.
Denk even terug aan je eigen leven: wanneer was het dat je de meeste levenskracht voelde, de grootste levenslust, dat je bijzonder blij was met je leven?
We ervaren ook allemaal periodes die in het teken staan van de ‘dief van het leven’ - degene die komt om te stelen en te vernielen. Soms zien we het even niet meer zitten, naar aanleiding van bepaalde gebeurtenissen zoals een sterfgeval of ziekte, en dat is begrijpelijk; maar andere keren zijn wijzelf er de oorzaak van dat we ons zo voelen. Denk even terug aan een periode waar je je het minst levenslustig voelde, wanneer je je alleen voelde of depressief was, wanneer je voelde dat het leven uit je wegstroomde.
Als je de lezing opnieuw hoort, luister dan eens met speciale aandacht naar de woorden waar Jezus mee eindigt, de bedoeling van dit alles en het einddoel van zijn komst.
Hoe kan je dat gevoel van bruisend, overvloedig leven maximaal benutten, en doodsheid tot een minimum herleiden? Waarom zou je er de Heer niet op aanspreken - Jezus zelf die zich de deur noemt, de weg naar het leven. Wat wil je zelf doen om tegemoet te komen aan zijn wens dat je zou leven, in al zijn volheid?