





Ik ben de goede herder. Een goede herder is bereid zijn leven te geven voor de schapen. Een ingehuurde knecht, iemand die geen herder is en niet de eigenaar van de schapen, laat de schapen in de steek en slaat op de vlucht zodra hij een wolf ziet aankomen. De wolf valt de kudde aan en jaagt de schapen uiteen; de man is maar ingehuurd en de schapen kunnen hem niets schelen. Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen Mij, zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen. Maar Ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook die moet Ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder. De Vader heeft Mij lief omdat Ik mijn leven geef, om het ook weer terug te nemen. Niemand neemt mijn leven, Ik geef het zelf. Ik heb de macht om het te geven en om het weer terug te nemen – dat is de opdracht die Ik van mijn Vader heb gekregen.’
«Instrumental worship vol.2» © Buma/Stemra Buma/Stemra
Vincello speelt zijn compositie Prayer II.
Mijn ziel verlangt naar uw aanwezigheid, Heer. Wanneer mijn gedachten zich naar U keren, ontvang ik vrede en tevredenheid.
We lezen vandaag uit het Evangelie volgens Johannes, hoofdstuk 10, vanaf vers 11.
In de eerste eeuw na Christus hoorde bij het landschap van Palestina een herder met zijn schapen. Schaapherder was een gewoon beroep, naast andere beroepen, al stond hij niet hoog op de maatschappelijke ladder. In onze tijd kom je ze nauwelijks tegen, omdat de meesten van ons in de stad wonen. We hebben er ook nauwelijks een voorstelling van, maar als Jezus ons “schapen” noemt, zien we dat niet als een compliment.
Wat roept het beeld van een herder bij jou op? Wat wil Jezus volgens jou met dit beeld over zichzelf zeggen? En wat zegt Hij ermee over ons en over jou?
In het verhaal van Jezus gaat het om het verschil tussen een goede herder en iemand die van buitenaf wordt ingehuurd, om hoe een herder op zijn schapen betrokken is en zich verantwoordelijk voor ze voelt, zijn persoonlijke relatie met ze, de aandacht en de zorg die hij aan ze besteedt en zelfs de liefde die hij voor ze voelt. Daarmee geeft Jezus het verschil aan tussen Hem zelf en de valse profeten.
Wat roepen die beelden bij je op over jouw eigen betrokkenheid bij anderen?
Wanneer je dan opnieuw aandachtig naar die woorden van Jezus luistert, let er dan eens op of jou in dit stukje tekst iets opvalt, waarmee Hij herhaaldelijk iets zegt over zijn liefde voor ons.
“Ik geef mijn leven voor mijn schapen”, zegt Hij. Een gehuurde oppasser doet dat niet. Zelfs de meeste beroepsherders zullen dat niet doen en hebben niet zóveel over voor hun dieren. Maar in deze paastijd gedenken wij dat Jezus dat juist wèl doet.
Wat zou je nu tegen Hem willen zeggen, die zijn leven heeft gegeven voor ieder van ons – en voor jou?