





Bij hun aankomst in Jeruzalem werden ze verwelkomd door de apostelen en de oudsten en door de rest van de gemeente. Ze brachten verslag uit van alles wat God door hen tot stand had gebracht. Enkele gelovigen die tot de partij van de farizeeën behoorden, gaven echter te verstaan dat ook de niet-Joodse gelovigen dienden te worden besneden en opdracht moesten krijgen zich aan de wet van Mozes te houden.
De apostelen en de oudsten kwamen bijeen om nader op deze zaak in te gaan. Toen het tot een hevige woordenstrijd kwam, stond Petrus op en zei: ‘Broeders, u weet dat God mij al in het begin uit uw midden heeft gekozen om de boodschap van het evangelie onder de andere volken te verspreiden, opdat ook zij tot geloof zouden komen. God, die de harten doorgrondt, heeft zich duidelijk voor hen uitgesproken door hun de heilige Geest te schenken, zoals Hij die ook aan ons geschonken heeft. Hij heeft geen enkel onderscheid gemaakt tussen ons en hen, want Hij heeft hun hart door het geloof gereinigd.
Waarom wilt u God dan trotseren door op de schouders van deze leerlingen een juk te leggen dat onze voorouders noch wijzelf konden dragen? Nee, we geloven dat we door de genade van de Heer Jezus gered worden, op dezelfde wijze als zij.’ Daarop zwegen alle aanwezigen, en men luisterde naar Barnabas en Paulus, die vertelden welke grote tekenen en wonderen God door hen onder de heidense volken had verricht. Toen ze uitgesproken waren, nam Jakobus het woord. Hij zei: ‘Broeders, luister. Simeon heeft uiteengezet hoe God vanaf het begin het voornemen had om uit alle volken een volk te vormen dat zijn naam vereert. Dat stemt overeen met de woorden van de profeten; er staat immers geschreven: “Dan keer Ik terug op mijn schreden. Ik zal het vervallen huis van David herbouwen, wat is neergehaald zal Ik weer opbouwen. Ik zal dit huis doen herrijzen, zodat de mensen die overgebleven zijn de Heer zullen zoeken, evenals alle volken over wie mijn naam is uitgeroepen. Zo spreekt de Heer, die dit van oudsher heeft aangekondigd.”
Daarom ben ik van mening dat we de mensen uit de heidense volken die zich tot God bekeren geen al te zware lasten moeten opleggen, maar dat we hun moeten schrijven dat ze zich dienen te onthouden van wat door de afgodendienst bezoedeld is, van ontucht, van vlees waar nog bloed in zit en van het bloed zelf. In elke stad wordt de wet van Mozes immers al sinds mensenheugenis verkondigd en op iedere sabbat in de synagogen voorgelezen.’
«Opgenomen t.b.v. Bidden Onderweg» © Eigen opname Bidden Onderweg
Begeleid door zingt Cato Fordham Ich liebe dich van Ludwig von Beethoven.
Heer, ik verlang naar uw nabijheid. Geef mij stilte, geef mij vertrouwen, geef mij aandacht. Laat mij binnenkomen in uw aanwezigheid.
De lezing van vandaag is uit de Handelingen van de Apostelen, hoofdstuk 15, vanaf vers 4.
Dit inkijkje in de vroege christelijke gemeenschap toont ons een groep die probeert te verstaan hoe zij moet antwoorden op wat God voor hen heeft gedaan. Misschien is het belangrijkst hoe het eindigt: De vergadering zwijgt en luistert naar alle tekenen en wonderen die God had gedaan. Ik zou mijzelf kunnen afvragen of dit gewoon is in de christelijke gemeenschappen die ik ken. Of wordt daar meer vastgehouden aan routine en gewoonten, “de manier waarop wij de dingen hier doen”, waardoor enig gevoel voor het feit dat God tekenen en wonderen doet, verduisterd wordt.
Het getuigenis van Petrus is verfrissend – zijn verzekering dat God aan het werk is in al wat ons vertrouwd is, in “hen” net zo goed als in “ons”. Dit zou mij ertoe kunnen brengen om met nieuwe ogen naar mijn leven te kijken en me te verwonderen over het feit dat God mij aanraakt, zijn hand uitsteekt naar mij; dat Hij aanwezig is in mijn leven op een manier die ik niet zomaar zou verwachten, in mensen en op plaatsen waar ik gewoonlijk niet zou kijken.
Als je de lezing van vandaag opnieuw hoort, luister dan naar de bemoediging in dit verhaal… dat vertrouwen dat de Geest leiding zal geven aan verandering en ontwikkeling in de christelijke gemeenschap en in jouw leven…
Gods kracht die in ons werkt kan oneindig veel meer doen dan wij hopen of ons kunnen voorstellen. Neem nu een paar ogenblikken om God te zeggen hoe je hoopt je leven te leven als een antwoord aan de Geest.