






Filippus ging naar de stad Samaria, en verkondigde hun de messias. Alle inwoners luisterden met grote belangstelling en vol ontzag naar wat hij zei toen ze de wonderen zagen die hij verrichtte: veel mensen werden bevrijd van onreine geesten, die hen onder luid geschreeuw verlieten, en tal van verlamden en kreupelen werden genezen. Daarover ontstond grote vreugde in de stad.
Toen de apostelen in Jeruzalem hoorden dat de inwoners van Samaria het woord van God hadden aanvaard, stuurden ze Petrus en Johannes naar hen toe. Nadat ze waren aangekomen, baden ze dat ook de Samaritanen de heilige Geest mochten ontvangen, want deze was nog op niemand van hen neergedaald; ze waren alleen gedoopt in de naam van de Heer Jezus. Na het gebed legden Petrus en Johannes hun de handen op, en zo ontvingen ze de heilige Geest.
«Vocal music of the Cathedral Notre-Dame de Paris in the year 1200» © Magnatune Magnatune license
«The Chopin variatons» © Creative commons NC-ND 4.0 Creative Commons
Vox Nostra zingt Jubilate Deo, woorden uit psalm 66.
Heer, ik verlang naar uw nabijheid. Geef mij stilte, geef mij vertrouwen, geef mij aandacht. Laat mij binnenkomen in uw aanwezigheid.
De lezing van is genomen uit de Handelingen van de apostelen, hoofdstuk 8 vanaf vers 5.
Het merendeel van de lezingen deze week werd genomen uit wat genoemd wordt de “afscheidsredes” in het Johannes Evangelie, waar Jezus – vrij uitvoerig - tot zijn leerlingen spreekt tijdens het Laatste Avondmaal. Ze zitten vol betekenis en “overdracht”. Jezus spreekt over “in ons komen wonen”, en over een “blijven” van ons in Hem. Hij spreekt erover ons een soort van vrede te geven die de wereld niet geeft. Hij noemt ons “vrienden” en “uitverkorenen” en geeft ons de opdracht elkaar lief te hebben.
Welke van deze woorden, welke van deze boodschappen raakte bij jou een gevoelige snaar, ráákte jou, leek betekenisvol voor jou?
Wat heb je opgemerkt in verband met jouw reactie ten opzichte van de lezingen deze week? Vertelt dat iets over jezelf, of over wat God misschien probeert te zeggen aan jou?
Eén van de interessante zaken in verband met deze korte passage is dat ze een twee-stappen proces beschrijft waar de mensen van Samaria doorheen gaan: het gebeurt niet allemaal ineens. Vooreerst, met Filippus, is er een soort voorbereidende stap, een effenen van het terrein, en dan, als de mensen er klaar voor lijken, komen Petrus en Johannes om voor hen te bidden opdat ze de volheid van de Heilige Geest mogen ontvangen.
Weerspiegelt dat, op één of andere manier, je eigen leven, en je eigen ervaring met God? – een manier waarop “bekering” niet ineens gebeurt? – dat God ons niet overspoelt met alles in één keer, maar ons leidt doorheen verschillende stappen, terwijl Hij geleidelijk het terrein in ons effent?
Voor degenen die zich aangetrokken voelen tot de sacramenten, er is hier ook een heel expliciete verbinding met het Doopsel en het Vormsel – het Doopsel, een initiële stap in het aanvaarden van God’s aanbod tot nieuw leven, en het Vormsel, het ontvangen van de volheid van God’s Geest. Als je ervaring hebt met deze sacramenten – met je eigen doopsel of vormsel, of één waarvan je je herinnert dat je het bijwoonde - legde je toen het verband met het effenen van het terrein en het ontvangen van de Heilige Geest in heel zijn volheid? Ben je in staat dat verband te leggen als je er nu over nadenkt?
Terwijl je de lezing opnieuw beluistert, ga na of je het verband kunt leggen tussen wat hier beschreven wordt en de sacramenten, of de bekeringen, of de christelijke initiaties waarvan je ooit getuige was.
Het valt op hoe eenvoudig en effectief het gebed van Petrus en Johannes hier is – ze bidden voor het volk van Samaria opdat ze de Heilige Geest zouden ontvangen, en het gebeurt. Dit geldt ook voor ons, als we ernaar verlangen, vervuld te worden met de volheid van Gods Geest, dan volstaat het dit te vragen. Is dat ons verlangen? Wat je verlangen ook is, wat je ook wil zeggen aan God, wiens Geest hier nu aanwezig is, zeg het gewoon