






Terwijl ze het huis weer verlieten, bracht men iemand bij Hem die bezeten was en niet kon spreken. Nadat de demon was uitgedreven, begon de stomme te spreken. De mensenmassa stond versteld en zei: ‘Zoiets is in Israël nog nooit vertoond!’ Maar de farizeeën zeiden: ‘Het is dankzij de vorst der demonen dat Hij demonen kan uitdrijven.’
Jezus trok rond langs alle steden en dorpen, Hij gaf de mensen onderricht in hun synagogen, verkondigde het goede nieuws over het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal. Toen Hij de mensenmenigte zag, voelde Hij medelijden met hen, omdat ze uitgeput en hulpeloos waren, als schapen zonder herder. Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders. Vraag dus de eigenaar van de oogst of Hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.’
«Opgenomen t.b.v. Bidden Onderweg» © Eigen opname Bidden Onderweg
«Ambient peace» © Buma/Stemra Buma/Stemra
Je luistert naar Miserere Mei, Deus, gezongen door Ensemble Hermes.
Heer, U bent hier, diep in mijn hart. Op dit moment, op deze plaats, in deze ademhaling. Maak mij stil. Geef mij rust en vertrouwen. Laat mij luisteren naar U. Heer, leer mij bidden.
De lezing van vandaag is genomen uit Matteüs, hoofdstuk 9, vanaf vers 32.
De evangelieverhalen van de genezing van blinden zijn wellicht meer bekend dan dit verhaal over Jezus die een stomme geneest. Wat betekent het voor jou dat Jezus het zicht teruggeeft aan wie niet kunnen zien, en een stem aan wie niet kunnen spreken?
Terwijl de menigte vol bewondering reageert op wat Jezus doet, houden de farizeeën vol dat God hier niet aan het werk kan zijn: er moet een andere uitleg zijn. Was ik daar geweest tot welke groep zou ik dan behoren? - de menigte of de farizeeën?
Als je de lezing opnieuw beluistert, let er dan eens op hoe Jezus gedreven wordt door medelijden met de mensen die Hij ontmoet, die niemand hadden om zorg voor hen te dragen. Jezus ziet hun noden en biedt hen genezing en geluk.
“De oogst is groot maar arbeiders zijn er weinig”. Het is misschien een afgezaagde zin maar ze blijft waar – geen tekort aan werk, of aan medearbeiders, geen grenzen aan de mogelijke vruchten of aan de oogst. Kun jij nu met God spreken over jouw plaats hierin?