






Maar wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God. We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld. We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde. We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt. Voortdurend worden wij levenden omwille van Jezus aan de dood prijsgegeven, opdat in ons sterfelijke bestaan ook het leven van Jezus zichtbaar wordt. Zo is in ons de dood werkzaam, en in u het leven. Er staat geschreven: ‘Ik bleef vertrouwen, daardoor kon ik spreken.’ In datzelfde vertrouwen spreken ook wij, omdat we geloven en weten dat Hij die de Heer Jezus heeft opgewekt ook ons, net als Jezus, zal opwekken, zodat wij samen met u voor Hem zullen staan. Dit alles gebeurt dus omwille van u, zodat Gods goedheid, die zich door steeds meer mensen verbreidt, ook tot steeds meer dankzegging leidt, tot eer van God.
«Opgenomen t.b.v. Bidden Onderweg» © Eigen opname Bidden Onderweg
«Second sight» © Magnatune Magnatune license
Ensemble Oktoich zingt het lied Objatija Otsja.
Heer, hier ben ik. Met alles wat leeft in mij: mijn vreugde, mijn zorgen, mijn verlangen. U kent mij. U houdt van mij, zoals ik ben. Laat mij uw nabijheid voelen. Heer, bid met mij.
De lezing van vandaag komt uit de tweede brief van Paulus aan de Korintiërs, hoofdstuk 4, vanaf vers 7.
In deze lezing discussieert Paulus met een aantal tegenstanders die denken dat je niets aan hem hebt omdat hij zoveel te lijden heeft gehad in zijn leven. Paulus draait de rollen om: hij is slechts een “aarden pot” die makkelijk breekt - maar hij draagt de “schat”, de “overweldigende kracht” die van God is. Denk jij dat je een “aarden pot” zou kunnen zijn, een pot die makkelijk breekt?
En hoe zit het met deze “schat”, deze “overweldigende kracht”? Welke schat draag jij in je, hoe breekbaar ook?
Luister nu opnieuw naar de passage. Wanneer Paulus zijn problemen beschrijft, geeft hij dan ook een beschrijving van jouw leven? En, terwijl je midden in allerlei problemen zit, biedt hij je een mogelijke uitweg?
Suggereren deze woorden je iets dat je aan Paulus zou willen vertellen, of aan Jezus zou willen vragen? Probeer iets tegen hen, of tegen de Vader, te zeggen over wat je voelt – in je eigen woorden.