






Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze alleen waren. Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante, zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht. Plotseling verschenen aan hen Mozes en Elia, die met Jezus in gesprek waren. Petrus nam het woord en zei tegen Jezus: ‘Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als U wilt zal ik hier drie tenten maken, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.’ Hij was nog niet uitgesproken of een stralende wolk overdekte hen, en uit de wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde. Luister naar Hem!’ Toen de leerlingen dit hoorden, werden ze overvallen door een hevige angst en wierpen ze zich ter aarde. Jezus kwam dichterbij, raakte hen aan en zei: ‘Sta op, wees niet bang.’ Ze keken op en zagen niemand meer, Jezus was alleen.
Toen ze de berg afdaalden, gebood Jezus hun: ‘Praat met niemand over wat jullie hebben gezien voordat de Mensenzoon uit de dood is opgewekt.’
«Blue piano» © Creative commons NC-ND 4.0 Creative Commons
De gemeenschap van Taizé zingt Christus, het licht van de wereld. Wie jou volgt, heeft het licht van het leven.
Heer, ik hoop en geloof dat U op mij wacht. Diep in mijn hart bent U aanwezig. Laat mij bij U komen. Geef mij de rust en de stilte om naar U te luisteren. Laat mij horen wat U mij vandaag wil zeggen.
De lezing van vandaag is genomen uit het evangelie volgens Matteüs, hoofdstuk 17, vanaf vers 1.
Waaraan deed de Gedaanteverandering je denken? Het fragment vertelt ons dat “zijn gelaat straalde als de zon en zijn kleren wit werden als het licht” en dat Mozes en Elia verschenen. Kun je je een ogenblik voorstellen, hoe dat er allemaal uitzag?
De reactie van Petrus, Jacobus en Johannes op de situatie is vooral: angst; maar Jezus zegt hen, dat ze niet bang hoeven zijn. Wat is jouw reactie, wat voel je, als je je deze scène inbeeldt?
Wanneer de tekst opnieuw wordt gelezen, stel je dan voor dat je Petrus bent, of Jacobus, of Johannes, en dat je in deze scène een eigen plaats krijgt, en alles zelf hoort en ziet. Waar word je dan door geraakt?
Petrus zou graag op de top van de berg tenten opslaan, om de ervaring langer te laten duren, om het moment te vereeuwigen. Maar de realiteit is, dat ze de berg moeten afdalen, en naar het gewone leven moeten terugkeren. Wat zou je God willen vragen als je deze tijd van gebed afsluit en je je gewone leven weer oppakt?