





Het is met het koninkrijk van de hemel als met een landheer die er bij het ochtendgloren op uit trok om dagloners voor zijn wijngaard te zoeken. Nadat hij met de arbeiders een dagloon van één denarie overeengekomen was, stuurde hij hen naar zijn wijngaard. Drie uur later trok hij er opnieuw op uit, en toen hij anderen werkloos op het marktplein zag staan, zei hij ook tegen hen: “Gaan jullie ook maar naar mijn wijngaard, de betaling zal rechtvaardig zijn.” En ze gingen erheen. Rond het middaguur ging hij er nogmaals op uit, en drie uur later weer, en handelde als tevoren. Toen hij tegen het einde van de dag nog eens op weg ging, trof hij een groepje dat er nog steeds stond. Hij vroeg hun: “Waarom staan jullie hier de hele dag zonder werk?” “Niemand heeft ons ingehuurd,” antwoordden ze. Hij zei hun: “Gaan jullie ook maar naar de wijngaard.” Toen de avond gevallen was, zei de heer van de wijngaard tegen zijn rentmeester: “Roep de arbeiders bij je en betaal hun het loon uit. Begin daarbij met de laatsten en eindig met de eersten.” En zij die er vanaf het einde van de dag waren, kwamen naar voren en kregen ieder een denarie. En toen zij die als eersten waren gekomen naar voren stapten, dachten ze dat zij wel meer zouden krijgen. Maar ook zij kregen ieder die ene denarie. Toen ze het geld hadden aangenomen, gingen ze bij de landheer hun beklag doen: “Die laatsten hebben één uur gewerkt en u behandelt hen zoals u ons behandelt, terwijl wij het onder de brandende zon de hele dag hebben volgehouden.” Hij antwoordde een van hen: “Vriend, ik behandel je toch niet onrechtvaardig? Je hebt toch ingestemd met het loon van één denarie? Neem wat je toekomt en ga. Ik wil aan die laatsten hetzelfde geven als aan jou. Of mag ik met mijn geld niet doen wat ik wil? Ben je jaloers omdat ik goed ben?” Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten.’
«M.I.T. concert choir (Creative commons 3.0)» © Creative commons NC-ND 4.0 Creative Commons
Het M.I.T. concert choir, zingt Lass dich nur nichts nicht dauren, gecomponeerd door Johannes Brahms.
Heer, U kent mij. U weet wat er zich in mij afspeelt. U weet wat ik nodig heb, nog voor ik het zeg. Laat mij dicht bij U zijn. Leer mij op U te vertrouwen.
De lezing is genomen uit het Evangelie volgens Mattheüs, hoofdstuk 20, vanaf vers 1.
Beeld je enkele seconden in dat je deel uitmaakt van dit verhaal: je hangt maar wat rond op een warme dag, je wacht op werk en je hebt het geld nodig. Hoe voel je je wanneer de landeigenaar langskomt en je inhuurt om te werken? Hoe zou je je voelen als je een van de laatsten was om aangeworven te worden?
En wanneer de werkdag om is en je staat in de wachtrij om betaald te worden. Hoe voel jij je wanneer iedereen dezelfde som uitbetaald krijgt?
Het einde van het verhaal wordt nu opnieuw gelezen. Stel je God voor als de landeigenaar en hoor hoe Hij ieder die komt werken in het koninkrijk behandelt.
Ieder die tot God komt, wordt eerlijk en ruimhartig behandeld. Dat geldt ook voor jou: God aanvaardt je, ongeacht wat je te bieden hebt. Wat heb je te bieden? Wat wil je God aanbieden op dit moment?