






Toen Jezus in het gebied van Caesarea Filippi kwam, vroeg Hij zijn leerlingen: ‘Wie zeggen de mensen dat de Mensenzoon is?’ Ze antwoordden: ‘Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de andere profeten.’ Toen vroeg Hij hun: ‘En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?’ ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God,’ antwoordde Simon Petrus. Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Gelukkig ben je, Simon Barjona, want dit is je niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard, maar door mijn Vader in de hemel. En Ik zeg je: jij bent Petrus, en op die rots zal Ik mijn kerk bouwen; de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen. Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven; alles wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en alles wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn.’ Daarop verbood Hij de leerlingen ook maar tegen iemand te zeggen dat Hij de messias was.
«Sanctuary - A Cathedral Concert» © Magnatune Magnatune license
Je luistert naar de in het Georgisch gezongen hymne Ts'mindao ghmerto, Heilige God, in een uitvoering van Kitka.
Heer, U zoekt mij. Ook als ik U niet zoek. Heer, U geeft mij rust, ook als ik onrustig ben. Kom bij mij. Laat mij bij U komen. Geef dat ik naar U mag luisteren. Heer, laat mij bidden.
De lezing van vandaag is genomen uit het Evangelie volgens Matteüs, hoofdstuk 16, vanaf vers 13.
Is het je bij de lectuur van Matteüs’ versie van dit verhaal opgevallen hoe Simon Petrus als een andere mens uit dit gesprek komt? Jezus zegt: “Gelukkig ben je, Simon, zoon van Jona!”. Immers, alleen God kan in het hart van deze man de overtuiging hebben gelegd, die in deze geloofsbelijdenis tot uiting komt. Zijn er misschien ook in mijn leven domeinen die ik opnieuw moet gaan bekijken om er Gods aanwezigheid in te herkennen en met nieuwe ogen te zien wat God er voor mij in openbaart?
Omdat Simon Petrus zijn antwoord vanuit goddelijke inspiratie geeft, zal Jezus hem bevestigen en sterker maken. Hij geeft Petrus een verantwoordelijkheid die hem ver te boven gaat, door hem de rots te noemen waarop zijn Kerk is gebouwd. Hoe komt dat beeld van de rots bij mij binnen? Wat betekent het in mijn leven?