






Voor alles wat gebeurt is er een uur,
een tijd voor alles wat er is onder de hemel.
Er is een tijd om geboren te worden
en een tijd om te sterven,
een tijd om te planten
en een tijd om te rooien.
Er is een tijd om te doden
en een tijd om te helen,
een tijd om af te breken
en een tijd om op te bouwen.
Er is een tijd om te huilen
en een tijd om te lachen,
een tijd om te rouwen
en een tijd om te dansen.
Er is een tijd om te beminnen
en een tijd om zich te onthouden,
een tijd om te omhelzen
en een tijd om af te weren.
Er is een tijd om te zoeken
en een tijd om te verliezen,
een tijd om te bewaren
en een tijd om weg te gooien.
Er is een tijd om te scheuren
en een tijd om te herstellen,
een tijd om te zwijgen
en een tijd om te spreken.
Er is een tijd om lief te hebben
en een tijd om te haten.
Er is een tijd voor oorlog
en er is een tijd voor vrede.
Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij met zijn gezwoeg tot stand brengt? Ik heb gezien dat het een kwelling is, die hem door God wordt opgelegd. God heeft alles wat er is de goede plaats in de tijd gegeven, en ook heeft Hij de mens inzicht in de tijd gegeven.
Toch kan de mens het werk van God niet van begin tot eind doorgronden.
«Opgenomen t.b.v. Bidden Onderweg» © Eigen opname Bidden Onderweg
Photonen vocaal ensemble zingt Again, woorden uit Prediker 3, gecomponeerd door David Lang.
Heer, U bent bij mij. Meer nog, U bent in mij. Geef me dat ik uw aanwezigheid mag voelen. Geef dat ik mag luisteren naar U. Geef mij uw rust, uw hoop, uw vertrouwen.
De lezing van vandaag komt uit het boek Prediker, hoofdstuk 3, vanaf vers 1.
Deze beroemde woorden getuigen van een eeuwenoude wijsheid, zoals een oude man of vrouw - of inderdaad God zelf - die alles heeft gezien. Klinken deze woorden je echt in de oren? Is er in je eigen leven zo’n periode geweest, dat je dingen probeerde te realiseren, en dat het toch niet lukte, omdat de juiste tijd daarvoor nog niet gekomen was? Of dat de puzzelstukjes plots allemaal in de juiste plooi vielen, omdat de tijd er rijp voor was?
‘Hij heeft hen het besef gegeven van verleden en toekomst’, zegt de lezing ons. Wat is voor jou de zin van je eigen verleden - waar je vandaan komt - en van je toekomst - waar je naar toe gaat?
Sta bij het opnieuw beluisteren van de lezing even stil bij hoe je dit hoort. Klinkt het voor jou als fatalisme? - je kan er toch niets aan veranderen, de seizoenen volgen elkaar vanzelf op. Of als een boodschap van hoop? - wees geduldig, jouw tijd komt nog wel.
Spreek nu voor God de woorden uit waar je hebt over nagedacht. Vraag God misschien waarvoor nu de juiste tijd gekomen is? Voor welke van je dromen, verwachtingen, of verzuchtingen zou de tijd nu rijp kunnen zijn?