





Ze begonnen onderling te redetwisten over de vraag wie van hen de belangrijkste was. Jezus wist wat hen bezighield en Hij nam een kind bij zich, dat Hij naast zich neerzette. Hij zei tegen hen: ‘Wie dit kind in mijn naam ontvangt, ontvangt Mij; en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem die Mij gezonden heeft. Want wie de kleinste onder jullie allen is, die is werkelijk groot.’ Daarop zei Johannes: ‘Meester, we hebben iemand gezien die in uw naam demonen uitdreef en we hebben geprobeerd hem dat te beletten, omdat hij U niet samen met ons volgt.’ Jezus zei tegen hem: ‘Verhinder het niet! Want wie niet tegen jullie is, is voor jullie.’
«Kathedrale klanken (opgenomen i.s.m. Bidden Onderweg)» © Met permissie Permissie
«Grab bag» © Creative commons NC-ND 4.0 Creative Commons
Ensemble Hermes zingt Salva nos Domine, gecomponeerd door Jean Mouton.
Heer, ik verlang naar U. Ik verlang naar uw schoonheid, uw goedheid, uw mildheid. Heer, ik verlang naar U. Laat mij in uw aanwezigheid komen.
De lezing van vandaag is uit het Evangelie naar Lucas, hoofdstuk 9, vanaf vers 46.
Lucas vertelt ons de gedachten van de kibbelende discipelen. Wij kennen hun gedachten niet, maar misschien kunnen we ze ons voorstellen. Welke onjuiste ideeën zou Jezus willen veranderen?
“Wie niet tegen je is, is voor je.” Jezus benadrukt het omarmen van het goede dat aanwezig is op onverwachte plaatsen en in mensen bij wie dat onwaarschijnlijk lijkt. Kan ik me momenten herinneren waarop ik zozeer bezig was met mijn eigen status, dat ik me minder bewust was van het goede in andere mensen?
Als ik de lezing opnieuw beluister, denk ik aan de dag die voor me ligt. Waar heb ik in de komende dag de kans om gastvrij te zijn en daarmee de aanwezigheid van God te erkennen en erop te reageren?
Aan het einde van dit gebed kan ik God vragen om de vrijheid om de goddelijke aanwezigheid te verwelkomen, niet alleen op die momenten die ik voorzie, maar in alle omstandigheden van de komende dag.