






Eens was Jezus aan het bidden, en toen Hij zijn gebed beëindigd had, zei een van zijn leerlingen tegen Hem: ‘Heer, leer ons bidden, zoals ook Johannes het zijn leerlingen geleerd heeft.’ Hij zei tegen hen: ‘Wanneer jullie bidden, zeg dan:
“Vader, laat uw naam geheiligd worden
en laat uw koninkrijk komen.
Geef ons dagelijks het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze zonden,
want ook wijzelf vergeven iedereen
die ons iets schuldig is.
En breng ons niet in beproeving.”’
Je luistert naar Prayer I, van Jami Sieber.
Ik maak het stil. Wat ik net gedaan heb, wat ik straks ga doen, laat ik nu rusten. Het enige wat ik doe is rustig ademen. In en uit. Heer, laat mij bij U komen. Laat mij bidden.
De lezing komt uit het Evangelie volgens Lucas, hoofdstuk 11, vanaf vers 1.
De leerling in de lezing lijkt te denken dat bidden iets is wat je zou moeten doen, en dat Jezus hem dit moet leren. Al was het maar omdat anderen - leerlingen van Johannes - dit ook doen.
Een soort ‘spiritueel bijbenen’ van Johannes zijn leerlingen. Voel jij dit ook enigszins zo? Dat bidden een soort van verplichting is, maar ietwat raadselachtig, een beetje moeilijk?
Hoe bid jij meestal? Wat verwacht je ervan? Als je niet vaak bidt, wat maakt dat je het uitstelt?
Jezus leert ons God Vader te noemen. We komen niet naar iemand toe bij wie we gaven moeten afdwingen, maar naar een Vader die graag in onze behoeften voorziet. Bidden is een relatie aangaan met deze liefdevolle God. Als je dus opnieuw naar de lezing luistert - met deze keer wat meer afstand tussen de regels - sta dan even stil bij elke zin, geniet als het ware van de woorden. Is er een specifiek woord of fragment dat je opvalt? Dat vandaag iets voor jou betekent?
Wat heb je vandaag nodig? Wat is het dagelijks brood waar je vandaag voor bidt? Wil je iemand om vergeving vragen of wil jij iemand vergeven? Ga je vandaag een moeilijke tijd tegemoet? Is er een uitdaging die je moet aangaan, die je niet kunt vermijden? Zoals Jezus ons leerde, leg al je vragen voor aan je liefhebbende Vader.