






Nu trokken de farizeeën zich terug om te overleggen hoe ze Jezus met een uitspraak in de val konden lokken. Ze stuurden enkele van hun leerlingen samen met een aantal herodianen naar Hem toe, met de vraag: ‘Meester, wij weten dat U oprecht bent en in alle oprechtheid onderricht geeft over de weg van God. U trekt u niets aan van het oordeel van anderen, want U ziet niemand naar de ogen. Zeg ons daarom wat U vindt: is het toegestaan de keizer belasting te betalen of niet?’ Maar Jezus had hun boze opzet door en zei: ‘Waarom stelt u Me op de proef, huichelaars? Laat Me eens een belastingmunt zien.’ Ze reikten Hem een denarie aan. Hij vroeg hun: ‘Van wie is dit een afbeelding en van wie is het opschrift?’ Ze antwoordden: ‘Van de keizer.’ Daarop zei Hij tegen hen: ‘Geef dan wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.’
«Iyai Jesuchristo» © Met permissie Permissie
«In a garden so green, Lute music of Scotland» © Magnatune Magnatune license
Musica Temprana zingt Psalm 111, Beatus vir.
Heer, maak mij stil. Neem mijn zorgen, vragen en zoeken even van mij weg. Laat me de komende minuten bij U zijn, zo maar. Ik verlang naar U, naar uw nabijheid, naar uw liefde. Dank.
De lezing is genomen uit het Evangelie volgens Matteüs, hoofdstuk 22, vanaf vers 15.
Wat raakt je in de lezing van vandaag? Is het hoe de mensen Jezus ondervragen, hoe Jezus hen behandelt?
Jezus lijkt te weten dat zij proberen om Hem in de val te lokken. Wat vind je van Jezus’ antwoord daarop?
Wanneer je dadelijk nogmaals luistert, probeer je dan een voorstelling te maken van de situatie … de manier waarop de mensen spreken … hoe Jezus hen daarbij aankijkt … hun reacties op zijn antwoord ….
Stel je voor dat je erbij bent nadat deze conversatie heeft plaats gevonden. Wat zou je tot Jezus willen zeggen? En hoe antwoordt Hij?