






Vreemdelingen mag je niet uitbuiten of onderdrukken, want jullie zijn zelf vreemdelingen geweest in Egypte. Weduwen en wezen mag je evenmin uitbuiten. Doe je dat toch en smeken zij Mij om hulp, dan zal Ik zeker naar hen luisteren: Ik zal in woede ontsteken en ieder van jullie doden, en dan zullen jullie eigen vrouwen weduwe worden en jullie kinderen wees.
Als je geld leent aan iemand van mijn volk die armoede lijdt, gedraag je dan niet als een geldschieter en vraag geen rente van hem. Als je iemands mantel als onderpand neemt, moet je die voor zonsondergang aan hem teruggeven, want hij heeft niets anders om zich mee toe te dekken. Waarmee moet hij zijn lichaam anders beschermen als hij gaat slapen? Als hij Mij om hulp smeekt, zal Ik naar hem luisteren, want Ik ben een genadige God.
«Max Richter» © Buma/Stemra Buma/Stemra
«Magnificat» © Creative commons NC-ND 4.0 Creative Commons
Het MIT Condert choir zingt Gloria Patri van Johann Sebastian Bach.
Nu je deze gebedstijd ingaat, probeer te luisteren naar wat er leeft in jou. Wat voel je? Wat verlang je? Is er iets dat je God nu wil vragen.
De lezing is genomen uit het boek Exodus, hoofdstuk 22, vanaf vers 20.
Inwonende vreemdelingen die we niet mogen “uitbuiten of onderdrukken” zou vertaald kunnen worden als immigranten. Maakt dit een verschil voor de manier waarop je deze tekst begrijpt?
Waarom noemt de tekst expliciet de ‘weduwen en wezen’ denk je?
Luister nu nogmaals naar het fragment en probeer op deze vraag te antwoorden: ‘Als ik dicht bij God wil zijn, met welk type mensen moet ik dan omgaan?’
Kijk tenslotte in jezelf en probeer te zien wat daar omgaat; verzamel dit alles en bied het in je eigen woorden aan als een gebed tot God.