“Wie zoek je?”
Het Putinki church choir zingt, It is truly meet.
Nu je deze gebedstijd ingaat, probeer te luisteren naar wat er leeft in jou. Wat voel je? Wat verlang je? Is er iets dat je God nu wil vragen.
De lezing is genomen uit het Evangelie volgens Johannes, hoofdstuk 20, vanaf vers 11.
De evangelielezing van vandaag brengt iets over van Maria’s verlangen. Zij zoekt naar wat voor haar centraal staat en van groot belang is: de persoon van Jezus. Welke verlangens zijn in mijn leven de drijvende kracht? Als iemand mij zou vragen: “Wie zoek je?”, zou mijn antwoord dan ook de persoon van Jezus omarmen?
Voor Maria is het erkennen van de persoon van Jezus essentieel. Het is iets dat blijft groeien zelfs na de Verrijzenis. Ben ik mij bewust van Jezus’ aanwezigheid te midden van mijn gewone bezigheden? Hoe zou ik dit bewustzijn graag versterken?
De evangeliepassage wordt nu opnieuw voorgelezen. Let er eens op hoe Maria meer en meer betrokken raakt in het evangeliegebeuren. De scène wordt steeds meer persoonlijk voor haar. Hoewel ze buiten het graf staat wordt ze naar de binnenkant ervan getrokken, in de innerlijke werkelijkheid. Hoewel ze eerst met “vrouw” aangesproken wordt, hoort ze hoe Jezus haar bij haar eigen naam noemt…
Jezus openbaart aan Maria dat zijn Verrijzenis nieuws is, dat vraagt om gedeeld te worden. Het is niet iets om je angstig aan vast te klampen, uit schrik voor de boze buitenwereld. Op zijn woord vertrekt ze naar de leerlingen. Zij vertelt hen de dingen die Hij haar zei. Hoe zou ik, misschien, uitgenodigd zijn om anderen mee te geven dat ik “de Heer heb gezien”?
Nu je deze gebedstijd ingaat, probeer te luisteren naar wat er leeft in jou. Wat voel je? Wat verlang je? Is er iets dat je God nu wil vragen.
De lezing is genomen uit het Evangelie volgens Johannes, hoofdstuk 20, vanaf vers 11.
De evangelielezing van vandaag brengt iets over van Maria’s verlangen. Zij zoekt naar wat voor haar centraal staat en van groot belang is: de persoon van Jezus. Welke verlangens zijn in mijn leven de drijvende kracht? Als iemand mij zou vragen: “Wie zoek je?”, zou mijn antwoord dan ook de persoon van Jezus omarmen?
Voor Maria is het erkennen van de persoon van Jezus essentieel. Het is iets dat blijft groeien zelfs na de Verrijzenis. Ben ik mij bewust van Jezus’ aanwezigheid te midden van mijn gewone bezigheden? Hoe zou ik dit bewustzijn graag versterken?
De evangeliepassage wordt nu opnieuw voorgelezen. Let er eens op hoe Maria meer en meer betrokken raakt in het evangeliegebeuren. De scène wordt steeds meer persoonlijk voor haar. Hoewel ze buiten het graf staat wordt ze naar de binnenkant ervan getrokken, in de innerlijke werkelijkheid. Hoewel ze eerst met “vrouw” aangesproken wordt, hoort ze hoe Jezus haar bij haar eigen naam noemt…
Jezus openbaart aan Maria dat zijn Verrijzenis nieuws is, dat vraagt om gedeeld te worden. Het is niet iets om je angstig aan vast te klampen, uit schrik voor de boze buitenwereld. Op zijn woord vertrekt ze naar de leerlingen. Zij vertelt hen de dingen die Hij haar zei. Hoe zou ik, misschien, uitgenodigd zijn om anderen mee te geven dat ik “de Heer heb gezien”?