De Goede Herder geeft zijn leven

Vincello speelt zijn compositie Prayer II.

Mijn ziel verlangt naar uw aanwezigheid, Heer. Wanneer mijn gedachten zich naar U keren, ontvang ik vrede en tevredenheid.

We lezen vandaag uit het Evangelie volgens Johannes, hoofdstuk 10, vanaf vers 11.

In de eerste eeuw na Christus hoorde bij het landschap van Palestina een herder met zijn schapen. Schaapherder was een gewoon beroep, naast andere beroepen, al stond hij niet hoog op de maatschappelijke ladder. In onze tijd kom je ze nauwelijks tegen, omdat de meesten van ons in de stad wonen. We hebben er ook nauwelijks een voorstelling van, maar als Jezus ons “schapen” noemt, zien we dat niet als een compliment.

Wat roept het beeld van een herder bij jou op? Wat wil Jezus volgens jou met dit beeld over zichzelf zeggen? En wat zegt Hij ermee over ons en over jou?

In het verhaal van Jezus gaat het om het verschil tussen een goede herder en iemand die van buitenaf wordt ingehuurd, om hoe een herder op zijn schapen betrokken is en zich verantwoordelijk voor ze voelt, zijn persoonlijke relatie met ze, de aandacht en de zorg die hij aan ze besteedt en zelfs de liefde die hij voor ze voelt. Daarmee geeft Jezus het verschil aan tussen Hem zelf en de valse profeten.

Wat roepen die beelden bij je op over jouw eigen betrokkenheid bij anderen?

Wanneer je dan opnieuw aandachtig naar die woorden van Jezus luistert, let er dan eens op of jou in dit stukje tekst iets opvalt, waarmee Hij herhaaldelijk iets zegt over zijn liefde voor ons.

“Ik geef mijn leven voor mijn schapen”, zegt Hij. Een gehuurde oppasser doet dat niet. Zelfs de meeste beroepsherders zullen dat niet doen en hebben niet zóveel over voor hun dieren. Maar in deze paastijd gedenken wij dat Jezus dat juist wèl doet.

Wat zou je nu tegen Hem willen zeggen, die zijn leven heeft gegeven voor ieder van ons – en voor jou?