De levende steen
Het Basilius college zingt Diligam te Domine, gecomponeerd door Jan Pieterszoon Sweelinck. De openingswoorden van Psalm 18.
Gun jezelf even de tijd om tot rust te komen. Je kan je ogen sluiten, je enkele ogenblikken op je ademhaling concentreren of nog iets anders wat je helpt om stil te worden.
Gedurende de voorbije week, tijdens de vieringen van de paastijd, hebben we van Jezus enkele bemoedigende woorden gehoord – hoe hij, de goede Herder, zijn leven voor ons geeft, hoe zijn schapen zijn stem horen en Hem volgen, en nooit verloren zullen gaan. We hebben Hem ons horen verzekeren dat Hij voor ons een plaats heeft bereid. In de lezingen van de Handelingen van de Apostelen hebben we gezien hoe God aan het werk is in de wereld en zijn volk. De Blijde Boodschap werd immers wijd en zijd verspreid door een bonte staf van gelovigen, klein in aantal, maar groot wat betreft passie, toewijding en energie.
Van al deze dagen, welke herinner jij je het sterkst? Welke dag maakte indruk op je? Was er iets speciaals dat je raakte, je inspireerde of bemoedigde? Als dat er was, haal het je nu dan even voor de geest.
Er zijn meer woorden van bemoediging in de lezing van deze zondag. De lezing is genomen uit de eerste brief van Petrus, hoofdstuk 2, vanaf vers 4.
In deze brief lijkt Petrus op een aantal verschillende manieren de metafoor te verkennen van mensen als “stenen” – als “levende stenen”. Hij beschrijft Jezus als een levende steen, en als de steen die verworpen werd door de bouwvakkers, maar die de hoeksteen werd. Er is méér dan één zijde aan dit beeld. Welk deel spreekt jou het meest aan? – Jezus als de hoeksteen, het solide fundament waarop je je leven bouwt? – of degene die werd verworpen, gerechtvaardigd en zijn rechtmatige plaats teruggegeven?
Petrus schrijft ook over ons – de christelijke gemeenschap – als “levende stenen” die gebruikt worden voor de opbouw van een spiritueel huis. Hoe zeer strookt dit met jouw ervaring van de christelijke gemeenschap? Als je behoort tot een parochie of een gebedsgroep of een andere soort christelijke gemeenschap, kan je jezelf en je medechristenen zien als “levende stenen samengevoegd tot een spiritueel huis?” Helpt het, bemoedigt het jou jezelf en je medechristenen op die manier te bekijken? Het probleem met het beeld van de stenen is misschien dat het moeilijk is ze voor te stellen als levend – ze zitten daar, ze zijn statisch, ze bewegen niet.
Terwijl je opnieuw luistert naar deze passage, let erop waartoe Hij uitnodigt, tot welke actieve zaken, qua achterlaten en doen.
Wat zou jij vandaag kunnen doen om “geestelijke offers te brengen die God welgevallig zijn?” Wat zou jij kunnen doen om “Gods wonderdaden te verkondigen?” Kan je hierover nu met God spreken, God die nu hier bij jou is, die van je houdt en “je geroepen heeft vanuit de duisternis naar zijn wonderbaarlijk licht?”
Gun jezelf even de tijd om tot rust te komen. Je kan je ogen sluiten, je enkele ogenblikken op je ademhaling concentreren of nog iets anders wat je helpt om stil te worden.
Gedurende de voorbije week, tijdens de vieringen van de paastijd, hebben we van Jezus enkele bemoedigende woorden gehoord – hoe hij, de goede Herder, zijn leven voor ons geeft, hoe zijn schapen zijn stem horen en Hem volgen, en nooit verloren zullen gaan. We hebben Hem ons horen verzekeren dat Hij voor ons een plaats heeft bereid. In de lezingen van de Handelingen van de Apostelen hebben we gezien hoe God aan het werk is in de wereld en zijn volk. De Blijde Boodschap werd immers wijd en zijd verspreid door een bonte staf van gelovigen, klein in aantal, maar groot wat betreft passie, toewijding en energie.
Van al deze dagen, welke herinner jij je het sterkst? Welke dag maakte indruk op je? Was er iets speciaals dat je raakte, je inspireerde of bemoedigde? Als dat er was, haal het je nu dan even voor de geest.
Er zijn meer woorden van bemoediging in de lezing van deze zondag. De lezing is genomen uit de eerste brief van Petrus, hoofdstuk 2, vanaf vers 4.
In deze brief lijkt Petrus op een aantal verschillende manieren de metafoor te verkennen van mensen als “stenen” – als “levende stenen”. Hij beschrijft Jezus als een levende steen, en als de steen die verworpen werd door de bouwvakkers, maar die de hoeksteen werd. Er is méér dan één zijde aan dit beeld. Welk deel spreekt jou het meest aan? – Jezus als de hoeksteen, het solide fundament waarop je je leven bouwt? – of degene die werd verworpen, gerechtvaardigd en zijn rechtmatige plaats teruggegeven?
Petrus schrijft ook over ons – de christelijke gemeenschap – als “levende stenen” die gebruikt worden voor de opbouw van een spiritueel huis. Hoe zeer strookt dit met jouw ervaring van de christelijke gemeenschap? Als je behoort tot een parochie of een gebedsgroep of een andere soort christelijke gemeenschap, kan je jezelf en je medechristenen zien als “levende stenen samengevoegd tot een spiritueel huis?” Helpt het, bemoedigt het jou jezelf en je medechristenen op die manier te bekijken? Het probleem met het beeld van de stenen is misschien dat het moeilijk is ze voor te stellen als levend – ze zitten daar, ze zijn statisch, ze bewegen niet.
Terwijl je opnieuw luistert naar deze passage, let erop waartoe Hij uitnodigt, tot welke actieve zaken, qua achterlaten en doen.
Wat zou jij vandaag kunnen doen om “geestelijke offers te brengen die God welgevallig zijn?” Wat zou jij kunnen doen om “Gods wonderdaden te verkondigen?” Kan je hierover nu met God spreken, God die nu hier bij jou is, die van je houdt en “je geroepen heeft vanuit de duisternis naar zijn wonderbaarlijk licht?”