Dichtbij de verstotene

Je luistert naar Ertöt uns durch dein Güte van Johann Sebastian Bach, gespeeld door Peter Bradley-Fulgoni.

God, Gij kent mijn naam. Gij kent mij zoals ik ben. Gij houdt van mij. Laat mij bij U komen. Geef mij uw stilte en uw vertrouwen. Laat mij de komende minuten met U bidden.

De lezing van vandaag is uit het evangelie volgens Matteüs. Hoofdstuk 8, vanaf vers 1.

De lepralijder in dit verhaal werd verstoten. Hij moest ver weg van andere mensen leven, afgesneden van de rest van de mensheid. Hij leefde in een aparte wereld van de verlorenen en vergetenen. Kun je je voorstellen hoe zijn leven was? - niet alleen zijn fysieke pijn, maar ook de pijn van de eenzaamheid en van het verstoten zijn?

Dan komt Jezus langs. Het is eigenlijk een van de meest verbazingwekkende zinnen in het Evangelie. Het vertelt ons eenvoudigweg, "Jezus strekte zijn hand uit en raakte de melaatse aan." Kun je je voorstellen hoe dat was?

Leven met lepra is voor de meesten van ons heel ver weg van de ervaring. Maar er kunnen andere manieren zijn waarop ik een verstotene heb gevoeld, afgesneden, geïsoleerd, in pijn… of misschien heb ik anderen afgestoten. Als ik weer naar de lezing luister, merk ik dat er een echo is van deze situatie in mijn leven.

Die woorden, "Heer, als U wilt, kunt U mij rein maken… " Kan ik die woorden vandaag tot mijn gebed maken? En kan ik voelen dat de Heer tegen me zegt: "Ik wil het". "Word rein!", en zijn hand uitstrekt en me aanraakt?