God is dichtbij
Vocaal ensemble ChoRuss zingt het Te Deum.
Probeer bij het begin van deze gebedstijd los te laten waar je mee bezig bent. Ook je zorgen mag je laten voor wat ze zijn. Wees gewoon aanwezig en probeer je te openen voor Gods aanwezigheid.
De lezing van vandaag is genomen uit Psalm 34, vanaf vers 2.
‘De HEER wil ik prijzen, elk uur van de dag, mijn mond is altijd vol van zijn lof’ (vers 1). Is dit waar voor ieder van ons? Zelfs mensen die hun hele leven hebben toegewijd aan God hebben periodes waarin ze niet aan Hem denken en Hem niet prijzen. Maar ik word uitgenodigd om me te herinneren dat ik iets heb waar ik God dankbaar voor moet zijn: God is met mij, zelfs wanneer ik God vergeet, vergeet Hij mij niet.
Het openingsvers klinkt ongenuanceerd positief en onwerkelijk optimistisch. Maar heb je gemerkt dat de psalm verderop realistischer wordt: in vers 7 wordt gesproken van ‘verdrukking’ en vers 19 luidt: ‘gebroken mensen is de HEER nabij’. Dat is een belangrijk vers. Wanneer wij ons het verst van God verwijderd voelen – troosteloos en verlaten – dan is God het dichtst bij ons, want God heeft een bijzondere, liefdevolle zorg voor hen die Hem het meeste nodig hebben. Heb ik dat gevoeld in tijden waarin ik behoefte had aan die zorg en liefde?
Op het eind van de psalm lezen we: ‘de HEER redt het leven van zijn dienaren’. ‘Redden’ slaat op het vrijlaten van gijzelaars uit gevangenschap, op het redden van mensen uit de slavernij. Waar in mijn leven moet ik gered worden uit slavernij, moet ik verlost worden van verslavingen? En waar om mij heen zie ik die behoefte aan verlossing uit gevangenschap en slavernij?
Als je opnieuw luistert naar de psalm, merk dan op waar je gevoelens worden geraakt, op welke verzen je negatief of positief reageert. Van welke woorden word je warm, welke woorden laten je koud?
Wat zou je ten slotte tot God willen zeggen? Hoe wil je reageren op zijn belofte van verlossing en redding? Zijn er woorden in deze psalm die verwoorden wat jij voelt? Is er nog iets anders dat je tot God wilt zeggen?
Probeer bij het begin van deze gebedstijd los te laten waar je mee bezig bent. Ook je zorgen mag je laten voor wat ze zijn. Wees gewoon aanwezig en probeer je te openen voor Gods aanwezigheid.
De lezing van vandaag is genomen uit Psalm 34, vanaf vers 2.
‘De HEER wil ik prijzen, elk uur van de dag, mijn mond is altijd vol van zijn lof’ (vers 1). Is dit waar voor ieder van ons? Zelfs mensen die hun hele leven hebben toegewijd aan God hebben periodes waarin ze niet aan Hem denken en Hem niet prijzen. Maar ik word uitgenodigd om me te herinneren dat ik iets heb waar ik God dankbaar voor moet zijn: God is met mij, zelfs wanneer ik God vergeet, vergeet Hij mij niet.
Het openingsvers klinkt ongenuanceerd positief en onwerkelijk optimistisch. Maar heb je gemerkt dat de psalm verderop realistischer wordt: in vers 7 wordt gesproken van ‘verdrukking’ en vers 19 luidt: ‘gebroken mensen is de HEER nabij’. Dat is een belangrijk vers. Wanneer wij ons het verst van God verwijderd voelen – troosteloos en verlaten – dan is God het dichtst bij ons, want God heeft een bijzondere, liefdevolle zorg voor hen die Hem het meeste nodig hebben. Heb ik dat gevoeld in tijden waarin ik behoefte had aan die zorg en liefde?
Op het eind van de psalm lezen we: ‘de HEER redt het leven van zijn dienaren’. ‘Redden’ slaat op het vrijlaten van gijzelaars uit gevangenschap, op het redden van mensen uit de slavernij. Waar in mijn leven moet ik gered worden uit slavernij, moet ik verlost worden van verslavingen? En waar om mij heen zie ik die behoefte aan verlossing uit gevangenschap en slavernij?
Als je opnieuw luistert naar de psalm, merk dan op waar je gevoelens worden geraakt, op welke verzen je negatief of positief reageert. Van welke woorden word je warm, welke woorden laten je koud?
Wat zou je ten slotte tot God willen zeggen? Hoe wil je reageren op zijn belofte van verlossing en redding? Zijn er woorden in deze psalm die verwoorden wat jij voelt? Is er nog iets anders dat je tot God wilt zeggen?