Geloof in Gods plan
Schola cantorum de Regina Pacis zingt Psalm 45.
Waar ik ook ben, hoe vroeg of hoe laat het is, Heer U bent bij mij. U wacht op mij. Maak mij stil. Laat mij bij U komen. Laat mij luisteren naar uw woord.
De lezing is genomen uit het Evangelie volgens Matteüs, hoofdstuk 15, vanaf vers 21.
Als je de lezing één woord zou willen samenvatten dan is dat waarschijnlijk “genade”. ‘Zijn genade voor degenen die hem vrezen’ zegt Maria. Jezus leert ons om onze broeders en zusters te vergeven. Niet op een oppervlakkige manier maar vanuit ons hart. Vanuit het diepste niveau van ons zijn. In de lezing van vandaag horen we Jezus die zijn genade en medeleven toont aan een vrouw uit Kanaän.
Laten we luisteren naar dit gesprek. Ga in de menigte staan. Jezus is hier naartoe gekomen, we weten niet zeker waarom. Misschien om even te ontsnappen aan de spanning die in de lucht hangt. Een spanning die is ontstaan tijdens zijn discussie met de Farizeeën. Terwijl we van enige afstand toekijken komt er plotseling een vrouw naar voren. Ze begint tegen Jezus te schreeuwen. ‘Heb medelijden met mij, Zoon van David!’ Haar dochter lijkt er erg slecht aan toe te zijn. Ze wordt gekweld door kwade geesten. ‘Heb medelijden met mij, Zoon van David!‘
Er gaat een fluistering door de menigte. Wat hoor jij…?
We blijven kijken om te zien wat er gaat gebeuren. Maar Jezus en zijn vrienden gaan verder en Hij zegt niets. Uiteindelijk hebben zijn vrienden er genoeg van. ‘Zeg haar dat ze weg moet gaan! Ze schreeuwt tegen ons!’ Wij, in de menigte, zijn verbaasd. We dachten dat Jezus een genezer was. Waarom geneest Hij dit kleine meisje niet? En waarom willen zijn volgelingen niet dat Hij dat doet?
Maar dan gaat de vrouw naar Jezus en knielt voor Hem neer. We houden onze adem in. De menigte wordt stil om te luisteren. ‘Heer, help mij!’ Iedereen schrikt van het antwoord van Jezus. ‘Het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen en het aan de honden te voeren.’ Honden! Dat is hoe sommige Joden niet-Joden noemen. Jezus denkt toch zeker niet in zulke termen? De vrouw accepteert de opvatting van Jezus. En buigt het om naar haar eigen voordeel. ‘Zeker Heer,’ zegt ze, ‘maar de honden eten toch de kruimels op die van de tafel van hun baas vallen.’ Er gaat een rilling door de menigte. Geweldige tekst! Mooi gezegd! Goed gedaan! En Jezus lijkt het daar mee eens te zijn. ‘U hebt een groot geloof! Wat u verlangt, zal ook gebeuren.’ En het meisje is genezen.
Waar denk jij aan bij dit alles?
Beluister deze tekst nogmaals en stel jezelf de volgende vragen: is dit wat we bedoelen met geloof? Geloof om te zien hoe Gods wonderbaarlijke plan werkt. Zelfs als het niet bepaald vleiend voor ons is? Geloof om vast te houden aan alles wat Jezus zegt? Zelf als het onverwacht is? En om op die wijze te bidden? In plaats van aannemen dat Hij zal doen wat we willen, op de manier zoals wij dat willen?
Jezus wil weer verder gaan. Zijn ogen kijken langzaam rond in de menigte. Dan blijft zijn blik een moment op jou rusten. ‘Wat is het dat jij van Mij wilt?’ lijkt Hij te zeggen. ‘Heb je genoeg geloof om Gods wonderbaarlijke plan te zien? En te ontdekken wat jij daarin nodig hebt?’
Waar ik ook ben, hoe vroeg of hoe laat het is, Heer U bent bij mij. U wacht op mij. Maak mij stil. Laat mij bij U komen. Laat mij luisteren naar uw woord.
De lezing is genomen uit het Evangelie volgens Matteüs, hoofdstuk 15, vanaf vers 21.
Als je de lezing één woord zou willen samenvatten dan is dat waarschijnlijk “genade”. ‘Zijn genade voor degenen die hem vrezen’ zegt Maria. Jezus leert ons om onze broeders en zusters te vergeven. Niet op een oppervlakkige manier maar vanuit ons hart. Vanuit het diepste niveau van ons zijn. In de lezing van vandaag horen we Jezus die zijn genade en medeleven toont aan een vrouw uit Kanaän.
Laten we luisteren naar dit gesprek. Ga in de menigte staan. Jezus is hier naartoe gekomen, we weten niet zeker waarom. Misschien om even te ontsnappen aan de spanning die in de lucht hangt. Een spanning die is ontstaan tijdens zijn discussie met de Farizeeën. Terwijl we van enige afstand toekijken komt er plotseling een vrouw naar voren. Ze begint tegen Jezus te schreeuwen. ‘Heb medelijden met mij, Zoon van David!’ Haar dochter lijkt er erg slecht aan toe te zijn. Ze wordt gekweld door kwade geesten. ‘Heb medelijden met mij, Zoon van David!‘
Er gaat een fluistering door de menigte. Wat hoor jij…?
We blijven kijken om te zien wat er gaat gebeuren. Maar Jezus en zijn vrienden gaan verder en Hij zegt niets. Uiteindelijk hebben zijn vrienden er genoeg van. ‘Zeg haar dat ze weg moet gaan! Ze schreeuwt tegen ons!’ Wij, in de menigte, zijn verbaasd. We dachten dat Jezus een genezer was. Waarom geneest Hij dit kleine meisje niet? En waarom willen zijn volgelingen niet dat Hij dat doet?
Maar dan gaat de vrouw naar Jezus en knielt voor Hem neer. We houden onze adem in. De menigte wordt stil om te luisteren. ‘Heer, help mij!’ Iedereen schrikt van het antwoord van Jezus. ‘Het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen en het aan de honden te voeren.’ Honden! Dat is hoe sommige Joden niet-Joden noemen. Jezus denkt toch zeker niet in zulke termen? De vrouw accepteert de opvatting van Jezus. En buigt het om naar haar eigen voordeel. ‘Zeker Heer,’ zegt ze, ‘maar de honden eten toch de kruimels op die van de tafel van hun baas vallen.’ Er gaat een rilling door de menigte. Geweldige tekst! Mooi gezegd! Goed gedaan! En Jezus lijkt het daar mee eens te zijn. ‘U hebt een groot geloof! Wat u verlangt, zal ook gebeuren.’ En het meisje is genezen.
Waar denk jij aan bij dit alles?
Beluister deze tekst nogmaals en stel jezelf de volgende vragen: is dit wat we bedoelen met geloof? Geloof om te zien hoe Gods wonderbaarlijke plan werkt. Zelfs als het niet bepaald vleiend voor ons is? Geloof om vast te houden aan alles wat Jezus zegt? Zelf als het onverwacht is? En om op die wijze te bidden? In plaats van aannemen dat Hij zal doen wat we willen, op de manier zoals wij dat willen?
Jezus wil weer verder gaan. Zijn ogen kijken langzaam rond in de menigte. Dan blijft zijn blik een moment op jou rusten. ‘Wat is het dat jij van Mij wilt?’ lijkt Hij te zeggen. ‘Heb je genoeg geloof om Gods wonderbaarlijke plan te zien? En te ontdekken wat jij daarin nodig hebt?’