De rots van de kerk

Je luistert naar de in het Georgisch gezongen hymne Ts'mindao ghmerto, Heilige God, in een uitvoering van Kitka.

Heer, U zoekt mij. Ook als ik U niet zoek. Heer, U geeft mij rust, ook als ik onrustig ben. Kom bij mij. Laat mij bij U komen. Geef dat ik naar U mag luisteren. Heer, laat mij bidden.

De lezing van vandaag is genomen uit het Evangelie volgens Matteüs, hoofdstuk 16, vanaf vers 13.

Is het je bij de lectuur van Matteüs’ versie van dit verhaal opgevallen hoe Simon Petrus als een andere mens uit dit gesprek komt? Jezus zegt: “Gelukkig ben je, Simon, zoon van Jona!”. Immers, alleen God kan in het hart van deze man de overtuiging hebben gelegd, die in deze geloofsbelijdenis tot uiting komt. Zijn er misschien ook in mijn leven domeinen die ik opnieuw moet gaan bekijken om er Gods aanwezigheid in te herkennen en met nieuwe ogen te zien wat God er voor mij in openbaart?

Omdat Simon Petrus zijn antwoord vanuit goddelijke inspiratie geeft, zal Jezus hem bevestigen en sterker maken. Hij geeft Petrus een verantwoordelijkheid die hem ver te boven gaat, door hem de rots te noemen waarop zijn Kerk is gebouwd. Hoe komt dat beeld van de rots bij mij binnen? Wat betekent het in mijn leven?