Gelukkig zijn de armen

Je luistert naar het Taize-lied zingt Beati voi poveri, ‘zalig zijt gij armen’.

Heer, laat mij binnen in uw stilte. Met mijn hart en verstand, ook met mijn lichaam. Geef mij de genade om te luisteren naar uw Woord. Om het te proeven en te smaken. Laat uw woord mij de weg en richting wijzen.

De lezing van vandaag is uit het Evangelie volgens Lucas, hoofdstuk 6, vanaf vers 20.

Voor heel wat mensen zijn deze woorden van Jezus, de zaligsprekingen, het hart van het christendom. Jezus spreekt een aantal beloften uit over hen, die arm, hongerig, treurig en veracht zijn. Die beloften houden in: het Rijk Gods, vervulling, vreugde en een grote beloning in de hemel. Wat versta ik onder deze beloften? Wat stel ik me voor bij wat ze aanbieden? Kunnen die zaken me bekoren, me in beslag nemen?

En dan, als contrast, verbeeld je het andere soort leven dat door Jezus wordt beschreven. Stel jezelf een leven voor van rijkdom, van materiele overdaad en van roem. Zou zo’n leven je bevredigen en je het gevoel geven dat je bezig bent met de waarden van je eigen leven?

Neem er wat tijd voor om er over te mijmeren. Naar welke van de twee tegenovergestelde wegen gaat je voorkeur uit? En als je dan opnieuw naar de zaligsprekingen luistert, laat dan je aandacht minder uitgaan naar de betekenis van de woorden en meer naar de persoon die ze uitspreekt, Jezus Christus.

Vraag dan aan God op de manier die het beste bij je past, dat Hij je helpt om vandaag de woorden van de zaligsprekingen in je eigen leven toe te passen.