Zolang wij leven, leven we voor de Heer
De monniken uit het klooster van Chevetogne zingen Psalm 103.
Heer, of het nu vroeg in de ochtend is, laat in de avond, of ergens daartussen, ik weet met mijn hart dat U er bent en voor mij klaarstaat. Help mij om te luisteren naar uw Woord. Laat het binnenkomen in mijn hart. Geef mij de genade om te horen wat U mij in deze gebedstijd zeggen wil.
Paulus lijkt vaak zo overmoedig, maar zijn vertrouwen in God is niet iets dat hij heeft uitgevonden. Op het moment van zijn bekering was Paulus niet in staat om zichzelf te helpen. Het was zijn zwakheid die hem bij de Heer bracht. Wanneer je naar de lezing van dit weekend luistert uit de brief van Paulus aan de Romeinen, sluit je dan aan bij hem in zijn gebaar van geloof en beschikbaarheid. Wat er ook gebeurt, we zijn van God.
De lezing van vandaag komt uit de brief van Paulus aan de Romeinen, hoofdstuk 14, vanaf vers 7.
Tegenwoordig krijgen we veel te horen over zelfhulp. Boekhandels liggen vol met gidsen om een of ander doel te bereiken. Figuren in de media beweren dat ze hun succes aan zichzelf te danken hebben. Er bestaan talrijke ‘doe het zelf’-filmpjes. Motiverende sprekers moedigen ons aan om zelfbewust te zijn, om veel zelfrespect te hebben. Misschien ben je een zelfhulpprogramma gestart? Gaf het je voldoening of bleef je verlangen naar iets meer? Misschien verlangde je naar God om in te grijpen.
Natuurlijk is voor jezelf zorgen een barmhartig, rijp en volwassen iets om te doen. Maar zelfhulp is niet makkelijk. Er is een spreekwoord: ‘Uit een lege beker kan je niet schenken.’ Ken je deze uitdrukking? Wat denk je dat dit voor jou inhoudt? Waar zou jij opnieuw vervuld van kunnen raken?
Als christenen zijn we schalen, zoals de pottenbakker van Jeremia die maakte. Verzameld en gevormd, stuk geraakt en opnieuw gemaakt door een aandachtige, liefdevolle God. Ons leven en onze dood zijn genade, gevuld door de handen van de Vader, geschonken door de dood en verrijzenis van zijn Zoon. In alles wat we zijn, zijn we van de Heer. Houd dat in gedachten wanneer je deze lezing opnieuw beluistert.
Kan ik dit gebaar tonen in mijn gebed? Wat kan er mij in de weg staan? Welke hulp heb ik vandaag nodig van de Heer?
Heer, of het nu vroeg in de ochtend is, laat in de avond, of ergens daartussen, ik weet met mijn hart dat U er bent en voor mij klaarstaat. Help mij om te luisteren naar uw Woord. Laat het binnenkomen in mijn hart. Geef mij de genade om te horen wat U mij in deze gebedstijd zeggen wil.
Paulus lijkt vaak zo overmoedig, maar zijn vertrouwen in God is niet iets dat hij heeft uitgevonden. Op het moment van zijn bekering was Paulus niet in staat om zichzelf te helpen. Het was zijn zwakheid die hem bij de Heer bracht. Wanneer je naar de lezing van dit weekend luistert uit de brief van Paulus aan de Romeinen, sluit je dan aan bij hem in zijn gebaar van geloof en beschikbaarheid. Wat er ook gebeurt, we zijn van God.
De lezing van vandaag komt uit de brief van Paulus aan de Romeinen, hoofdstuk 14, vanaf vers 7.
Tegenwoordig krijgen we veel te horen over zelfhulp. Boekhandels liggen vol met gidsen om een of ander doel te bereiken. Figuren in de media beweren dat ze hun succes aan zichzelf te danken hebben. Er bestaan talrijke ‘doe het zelf’-filmpjes. Motiverende sprekers moedigen ons aan om zelfbewust te zijn, om veel zelfrespect te hebben. Misschien ben je een zelfhulpprogramma gestart? Gaf het je voldoening of bleef je verlangen naar iets meer? Misschien verlangde je naar God om in te grijpen.
Natuurlijk is voor jezelf zorgen een barmhartig, rijp en volwassen iets om te doen. Maar zelfhulp is niet makkelijk. Er is een spreekwoord: ‘Uit een lege beker kan je niet schenken.’ Ken je deze uitdrukking? Wat denk je dat dit voor jou inhoudt? Waar zou jij opnieuw vervuld van kunnen raken?
Als christenen zijn we schalen, zoals de pottenbakker van Jeremia die maakte. Verzameld en gevormd, stuk geraakt en opnieuw gemaakt door een aandachtige, liefdevolle God. Ons leven en onze dood zijn genade, gevuld door de handen van de Vader, geschonken door de dood en verrijzenis van zijn Zoon. In alles wat we zijn, zijn we van de Heer. Houd dat in gedachten wanneer je deze lezing opnieuw beluistert.
Kan ik dit gebaar tonen in mijn gebed? Wat kan er mij in de weg staan? Welke hulp heb ik vandaag nodig van de Heer?